www.nettime.org
Nettime mailing list archives

[Nettime-nl] interview met bilwet
geert lovink on 22 Dec 2000 06:30:48 -0000


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

[Nettime-nl] interview met bilwet


(gemaakt door arjen mulder en maaike post voor de V2 publicatie "boek voor
de electronische kunst", uitgegeven door de balie in het nederlands en
engels)

versie 3.0

BILWET (Stichting ter bevordering van de illegale wetenschap i.o.)
publiceerde in 1985 een analyse van de beeldcultuur (Het beeldenrijk, over
stralingsangst en ruimteverlangen), in 1990 een geschiedenis van de
kraakbeweging (Bewegingsleer, kraken aan gene zijde van de media), in 1992
een "definitieve" analyse van het mediatijdperk (Media-archief) en 1998 een
boekje waarin de hele jaren negentig werden uitgekotst als 'tijdperk van de
goede bedoelingen' (Elektronische Einsamkeit). Vier momentopnames uit een
voortdurend onderbroken en heropgenomen theorievorming over descience
fiction van de alledag. We zochten de bilweters op en stelden na afloop van
diverse ontmoetingen, op het Groningse platteland, in de grote stad en op
Internet, de volgende tekst samen.

Q: In jullie eerste boekwerk, Het Beeldenrijk, poogt bilwet grip te krijgen
op de technische wereld door drie films na te vertellen, Paris, Texas, The
Day After, en The Right Stuff. Alledrie de films draaien om verkeer: op de
weg, in de ruimte, op het scherm, en tussen de geslachten. Er heerste in
tijd een krisis in de symbolische orde van de tekens, zo kunnen we nu gerust
stellen. Het Beeldenrijk, dat tegelijkheid heel ambitieus en lullig aandoet

A: Het boek is inderdaad anekdotisch van opzet, laag bij de gronds in
vergelijking met de latere, zwevende teksten. Geinspireerd door Klaus
Theweleit en Deleuze/Guattari wordt getracht een niet-academische
post-psychoanalytische, op hol geslagen semiotische verhaaltrant te
ontwikkelen. Het Beeldenrijk analyseert de mythische structuren van de late
Koude Oorlog, de angsten en verlangens die het productieve koppel vormden
waarop de macht toendertijd de lichamen aansprak. De jaren tachtig vormden
de lente, ja, de gouden eeuw van de beeldcultuur. De interpretatiegekte was
totaal, het post-Freudiaanse onbewuste werd ongeremd uitgestort over het
complete beeldenrijk van film, televisie en video. Machtige jaren voor
Nietzsche. Vrolijk en duister te gelijkertijd. De Nieuwe Middeleeuwen
heersten. Het is de herfsttij der Koude Oorlog en apocalyptische
voorstellingen waren aan de orde van de dag. De kruisraketten, kernenergie,
werkloosheid, milieu, kraakrellen, bezuinigingen, aids, het uitsterven van
de mensheid en de dieren, meren en bossen, het kon allemaal op elk moment
uitbreken.

Q: Wat een machtig beeld, wat een tijd! No Future, dat was een waarachtig
gevoel, niet zomaar wat. Het was net zo waarachtig als The Future Now, het
sentiment van de jaren negentig. Waar ligt die overgang? In de technomuziek
en rave culture die midden jaren tachtig opkomt? De agressieve yuppies
wellicht?

A: De oplossing op wereldhistorisch nivo moest komen van de Internationale
van Amerika en de Sovjetunie, in de gedaante van Reagan en Gorbatsjov - een
idee waarin zich al het einde van Koude Oorlog en de Wederopbouw
aankondigde. De jaren tachtig waren tegelijk sombere nadagen van de eens zo
grote studentenbeweging en van '68, een ondergang die omgekeerd evenredig
liep met de opgang van het Franse Denken, het postmodernisme en de Theorie,
de vuilnisbloemen van de rokende puinhopen die '68 had achtergelaten. Video
was het nieuwe medium uit die tijd. Het was de tijd van het Strategic
Defense Initiative - Star Wars - en het '1984'-syndroom van de angst voor de
autonome technologie: een onzekere overgangstijd waarin de introductie van
de PC zich al aankondigde, met de ruimtevaart als het vehikel voor de
introductie en verbreiding van nieuwe technieken. Zoals uit de drie genoemde
films blijkt, diende het onbewuste niet langer te worden ervaren als een
kolkend geheel van driften en stromen, zoals Freud het had beschreven, maar
als een batterij machines -een beeld waarmee laat-fascistische
mannenfantasieeen werden geneutraliseerd, en zo werd vrij baan gegeven aan
de concrete oorlog dergeslachten. De explosie van de Challenger in 1986, een
jaar na publicatie van Het Beeldenrijk, betekende symbolisch gezien het
einde van de mythische fase van de ruimtevaart c.q. het ruimteverlangen. Het
lichaam bevrijdde zich van zijn politieke en ideologische overdeterminaties,
het werd technologisch, 'fit'.

Q: Hoe past het academisch feminisme in dit theorie plaatje?

A: Het zijn de nadagen van Penijsnijd en Klassestrijd. De opkomende gender
kategorie kan in deze context gezien als een poging tot herpolitisering van
het vrouwenlichaam,onder de noemer van de subjectivering. Begin jaren
negentig zet de virtualisering van het lichaam in, de overgang van body-
naar cyberculture. Dat wordt niet alleen als bevrijding ervaren (cyborg),
maar ook als kolonisatie (databody). Na dit faciliteren met infrastructuur
volgt in de tweede helft van de jaren negentig de fase van het oogsten voor
commercieledoeleinden. De nadruk nu, in het jaar nul niet langer op de
interfaces, de aansluiting van het lichaam op de technologie, maar op de
maakbaarheid van je hoogst individuele avatar. Dat wordt het einde cq. de
bevrijding van de piercing. Er dient zich plots een generatie aan voor wie
de computer altijd al aanstond. Daardoor is het verlies van het lichaam -
begin jaren negentig nog belofte en schrikbeeld van cyberspace - uitgeput
als koppel van angst en verlangen. Niemand kan lichaam en techniek meer uit
elkaar houden. Exit episteme.

Q: De centrale zin in Bewegingsleer is 'De beweging is de herinnering aan
degebeurtenis.'  Het klinkt wel als een mantra. Toch is dit inmiddels
klassieke boek evenzeer een geschiedenis van de omgang met de media, als een
terugblik op de gebeurtenissen van de jaren tachtig. Je zou kunnen zeggen
dat het zich door middel van geschiedsschrijving van deze zware, ietwat
zwarte periode probeert los te rukken door het Bergsonse aspect, het elain
vitale van het sociaal bewegen, te benadrukken.

A: In Bewegingsleer ging het ons om proefboringen in het post-politieke,
post-ideologische veld van media plus sociale bewegingen. Het
uitgangspuntwas de beweging van binnenuit te beschrijven en de media van
buitenaf. Centraal in het kraken staat niet een ruimteverlangen, wat
politiek is, maar een ruimte-ervaring, dat wil zeggen: de concrete intrede
in een ruimte instedelijke zin, een lokale ervaring, en die is niet langer
politiek. Een pand kraken wil zeggen: (tijdelijk) ruimte maken in de stad.
Ook ging het een ervaringsanalyse via mythische structuren en patronen, zij
het ditmaal van het voorbewuste do-it-yourself geknutsel der krakers. We
zochten de wetmatigheden van opkomst en ondergang van alle sociale
bewegingen, ofwel de kunst van het verschijnen en verdwijnen als
beweging,als stroming, als groep, als auteur. Want verdwijnen bleek te
moeilijk te zijn voor de krakers. Bewegingen bestaan bij gratie van het
sociale. Vanaf midden jaren tachtigzijn bewegingen echter steeds minder als
sociaal-politieke entiteiten te herkennen. Door de mediatisering is het
potentieel van de items die sociale bewegingen aan de orde stellen niet
afgenomen, maar zijn ze geherdefineerd tot anker, tot een tijdelijk houvast
in een woelige wereld.

Q: Dat klinkt allemaal erg gewichtig, maar er zijn tegenwoordig toch
helemaal geen bewegingen meer, dus wat heb je dan nog aan een Bewegingsleer
als bijbel? Dat zijn toch verhalen uit de oude doos geworden?

A: Zeker. We zijn gekonfronteerd met een totaler Sieg der Kultur, inclusief
haar academische pendant van de cultural studies. Identiteit is niet langer
een bijproduct of teken van verval in een beweging, maar het uitgangspunt
(zie rave en techno). Er komen geen bewegingen meer tot stand omdat men niet
boven de tribale beginfase uitkomt. De verbindingen tussen de
lifestyle-stammen zijn in handen van de (eigen) media, en de onderlinge
uitwisseling voltrekt zich met de snelheid van het licht. De
underground-fase wordt gereduceerd tot weken of zelfs dagen. Alleen een
cultus van de verlangzaming en verduistering zou cultuur en techniek in de
toekomst nog uit elkaar kunnen houden. De community als redding van het
sociale kan per definitie niet buiten de eigengrenzen treden om daar extreme
ervaringen op te doen. Het verlangen naar Gebeurtenissen eindigt in de
geregiseerde anti-climax (zonverduistenis, y2k). Er kan niet meer in
opposities worden gedacht. Je kunt voortaan alleen nog totaal negatief zijn
en op het allerhoogste imperatief inzetten ('against global capitalism').
Het heeft geen zin op lager niveau te gaan onderhandelen met de macht. Voor
het weet ben je zelf een non-for-profit NGO-bedrijf geworden dat met geringe
overheidssteun het verder zelf mag gaan uitzoeken.

Q: In het Media-archief staat het volgende: 'Media zijn geen dragers van
culturele of ideologische waarden. Ze transporteren geen boodschappen van A
naar B, maar vormen een eigen, parallelle wereld die de klassieke
werkelijkheid nooit raakt.' Deze groeiende verzameling metafysische teksten,
die inmiddels in vijf talen is verschenen,  poogt door middel van compacte
speculaties het einde van de (media) toekomst voorbij te streven, over de
begrippen-horizon heen te klauteren, en de principiele oneindigheid en de
willekeur van de conceptuele (media-)ruimtes en -dimensies te omarmen. Is
dat het doel van de media? Het doel van hedendaagse theorie?

A: Ja. Door een idee te verabsoluteren kan het worden gerelativeerd. Iets
dergelijks geldt voor de media: maximaliseer de hoeveelheid kanalen en de
media verliezen hun belang. Het Media-archief gaat telkens uit van een
toverwoord en poogt demogelijkheden daarvan te testen door te media-hoppen,
van radio naar krant naar tv naar computer naar theater etc. Kennis is niet
meer dan een databank, alles mag, alles kan en moet kunnen: misbruik van
bestaande theorie, copyrightbreuk, samplen, gezipt denken, pattern
recognition, meme-karakterisering, miniaturisering van de theorie,
turbulentie der begrippen, kortsluiting als constitutioneel moment,
consequent afzwakkenen afzijken van pretenties (vooral de eigen), de alien
als vriend en konsekwent standpunt. In de jaren nul zien we de uitputting
van het mediabegrip. Oude media overleven enkel door hun mastodontische
omvang en content, maar zijn hun interne legitimiteit kwijt. Post-media: de
conversie van alles in alles. Wat vroeger een herkenbaar medium was, is nu
een willekeurige outlet van deze ofgene firma. Je luistert/kijkt meer naar
de database van een bedrijf dan naar een medium. 'The media is the message.'
Alles is media-archief geworden. Hoe meer media er komt, des te
onbelangrijker het is, dus des te meer ruimte voor buitenmediale
standpunten. De groei van media zit in de schakelingen,niet in de
hoeveelheid kanalen (de hoeveelheid websites neemt exponentieel af): een
regressieve verdichting van de netten zonder expansie naar nieuwe bereiken.
Het buitenmediale wordt groter, maar de alien in het internet houdt zich nog
altijd verborgen. De Ander blijft tegenvallen. Je vindt je culturele
tegenpool niet in de media. Het alien-standpunt blijft bijzonder en
marginaal. De virtuele vervreemdingsmachine moet nog gebouwd worden: de
tendens is juist naar toegankelijkheid, begrijpelijkheid. Maar media
bevordert geen algemeen begrip of universele kennis. Soms vind je er nog wat
informatie. Informatie is de voortzetting van oorlog met economische
middelen. De richtingloosheid van de media: de vraag waar het heen gaat
blijft onbeantwoordbaar.

Q: Is er een leven na de theorie? Het klinkt allemaal zo triest, waar is de
vrolijke wetenschap gebleven?

A:  Elektronische eenzaamheid biedt voor de late jaren negentig, waarin de
media tot cultuurideaal zijn verheven, stemming verziekende compact-text.
Geen schandaal maar eerder teleurstellende negativiteit. Een
fluistercampagne tegen het georganiseerde optimisme, een verstoring van de
fijne momenten waar je toch voor betaald hebt. 'Media' is losgelaten als
verklarende en verlokkende categorie, omdat mediatheorie alleen nog fungeert
als categorisch aperitiefje voor het esthetiseren van de best-lopende
levensstijl. Bilwet schetst nu vooral het leven tussen het neergekomen
cultuurschroot, waar het Zelf op krukken hoe dan ook de moed erinhoudt ennog
succes heeft ook. De triomfantelijke vlucht in de maakbaarheid van demedia
eindigt in een stuitering op de harde vloer van het alledaagse. Waarde
toekomst project en ideaal vormt, blijft ontreddering achter als
enigecultuurpraktijk. Het postmodernisme zoals Uw kinderen het leven. Ook U
volgde deze Balkanoorlog. Hoe is om zelf verloren te gaan? In de voor U
gewenste wereld staan de waren als zetstukken opgesteld in een
willekeurigverband. Een zwakzinnig systeem van objecten, een tijdelijke
autonome context die een materieel contrapunt vormt voor de win-win-situatie
van hetdagelijks leven. Wij zien de zich in real time voltrekkende Abwertung
aller Werte. Theorie doet nog wel de ronde, maar vindt geen aansluiting op
begrip. Het raaskallen van de gekochte religie bevestigt de triomf van deze
anti-gnostiek. Ideeen resteren alleen nog als after-effects en zijn ontdaan
van hun angel. Ze kunnen geen pijn meer doen, nog anticiperen op iets wat
zou kunnen ontstaan. Goede ideeen anno 2000 versterken derhalve de
gewaarwording van de kater: de stichtende Arbeit am Negativen. Een montere
opwekking tot harakiri van de reddende engel. Zwartgalligheid licht niet op.
Immers, alleen wat niet leuk meer is slaagt erin zich aan de economische
categorieen te onttrekken. Nog voor het aanbod je bereikt heeft, heb je het
alweer afgewezen. De glans van het concept wordt in de kiem gesmoord, zo
snel worden de nieuwtjes er doorheen gedraaid. Marketing moet het model
worden om het voortbestaan van de kunsten en wetenschappen te redden.
Business is de avantgarde van alle research and development. Wat het eerst
zichtbaar werd in de exacte wetenschappen en vervolgens in decultuursector,
komt uiteindelijk terecht bij de basisvorming. Lezen is leuk als je daar van
houdt. Op weg naar de Montessori-markt neemt Disney het onderwijs alvast
over. Alleen gezin en relatie gloren onverstoorbaar verder als verlossende
eenheid. "Mama, ik moet zo nodig huilen."

http://thing.desk.nl/bilwet





______________________________________________________
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet
* toegestaan zonder toestemming. <nettime-nl> is een
* open en ongemodereerde mailinglist over net-kritiek.
* Meer info, archief & anderstalige edities:
* http://www.nettime.org/.
* Contact: Menno Grootveld (rabotnik {AT} xs4all.nl).