www.nettime.org
Nettime mailing list archives

[Nettime-nl] interviewing-the-crisis-2 Re: raadsel van de creatieve stad
A. Andreas on Sat, 14 Feb 2009 12:11:26 +0100 (CET)


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

[Nettime-nl] interviewing-the-crisis-2 Re: raadsel van de creatieve stad


Zie ook het volgende interview van artsblog.it

sorry alleen in het italiaans en engels.

http://www.artsblog.it/post/2798/interviewing-the-crisis-2-con- 
andreas-jacobs

Andreas Jacobs

On Feb 13, 2009, at 2:11 PM, merijn oudenampsen wrote:

> Gezien eerdere vragen om meer theorie, hier een artikel van mijn hand
> over de creatieve stad. Het was al eerder uit in het Engels, nu in het
> Nederlands.. Voor de liefhebbers en iedereen die het er moeilijk mee
> heeft. Commentaar welkom...
>
> groetjes,
>
> Merijn
>
>
> Gepubliceerd in Eutopia #20, december 2008.
>
> VAN SPEELTUIN TOT WERKPLAATS - HET RAADSEL VAN DE CREATIEVE STAD
> Merijn Oudenampsen
>
> http://www.flexmens.org/drupal/?q=Van_Speeltuin_tot_Werkplaats
>
> Wat kan er nu op tegen zijn, een creatieve stad? Het voornamelijkste
> bezwaar van de nuchtere toehoorder bij het horen van de zoveelste
> beleidskreet over de creatieve stad, is het hyperige gehalte van het
> geheel en de vele uitroeptekens waarmee de beleidsmakers hun
> enthousiasme onderstrepen. Maar de belangrijkste vraag wordt veelal  
> niet
> gesteld. Draait het in de creatieve economie wel om creativiteit in
> plaats van om de economie?
>
> Soms is het noodzakelijk in het verleden te duiken om iets in het  
> heden
> te duiden. In dit artikel zal ik de huidige hype over de creatieve  
> stad
> contrasteren met een utopische voorloper om zo de vinger te leggen  
> op de
> contradicties van de creatieve stad. Voor een hype is het creatieve  
> stad
> beleid een opmerkzaam lang leven beschoren. Als een vergrijzende
> rockband weet het zelfs op latere leeftijd nog een vaste schare  
> groupies
> te bekoren bij stadsbesturen in de hele westerse wereld.[1] Daarmee  
> wil
> ik niet zeggen dat toen het nog jong en fris was, de lofzang op de
> creatieve klasse van Richard Florida authentieker was dan nu. Slechts
> dat de hele tijd al een ander deuntje wordt gespeeld dan de tekst doet
> voorkomen. Ik zal hier stellen dat het Amsterdamse creatieve stad  
> beleid
> zich verre houdt van het bevorderen van de creativiteit van de
> Amsterdamse bevolking. Het is voornamelijk een marketingexercitie, een
> exponent van een veel bredere verschuiving naar meer bedrijfsmatige
> vormen van stedelijk beleid, een verschuiving die op dit moment zijn
> uitwerking vindt in een indrukwekkend stedelijk vernieuwingsprogramma.
>
> De vergelijking tussen socioloog Richard Florida – auteur van twee
> boeken over de opkomst en vlucht van de creatieve klasse – en een
> rockster is niet ongebruikelijk. Google ‘rock star’ en ‘Richard  
> Florida’
> en je zult talloze beschrijvingen tegenkomen van optredens van de
> ‘acdemische rockster’ die als geen ander het populair- 
> wetenschappelijke
> heeft weten te rijmen met het normaal o-zo-saaie domein van de
> ruimtelijke economie. Onder zijn beleidssuggesties figureert het  
> hebben
> van rock bands zelfs vrij prominent op de lijst van vereisten voor een
> stad om te overleven in de wereldwijde concurrentieslag [2]. Maar dit
> artikel gaat niet over de interessante versmelting tussen  
> popcultuur en
> sociale wetenschappen, het gaat om de utopische claims die gemaakt
> worden over de creatieve stad. Florida noemt creativiteit ‘the great
> equalizer’, en pleit voor een ‘New Deal’ van de creatieve economie.  
> Net
> zo heeft burgemeester Job Cohen Amsterdam uitgeroepen tot een  
> creatieve
> stad die de creativiteit van al haar inwoners zal bevorderen [3].
>
> DE STAD ALS SPEELTUIN
>
> Deze claims klinken bij nader inzien als de vervormde echo’s van een
> eerder utopisch project dat refereerde aan de revolutionaire  
> opkomst van
> creativiteit. We nemen een kleine stap terug in de tijd, terug naar de
> toekomst zoals verbeeld door de Nederlandse avant-garde, in het
> specifiek de Nederlandse kunstenaar Constant Nieuwenhuys. Constant was
> een van de oprichters van de Nederlandse experimentele groep  
> Reflex, die
> later deel uit zou gaan maken van de internationale COBRA stroming.
> Ontevreden met de beperkingen van de kunstwereld en de
> “individualistische aard” van schilderkunst, ging Constant in 1953  
> over
> naar het meer veelbelovende gebruik van metaal en
> architectuurtechnieken. In 1957 werd hij een medeoprichter van de
> Situationistische Internationale (SI), en schreef hij met Guy  
> Debord het
> nu welbekende tractaat over Unitair Urbanisme. Tot zijn uittrede in
> 1961, zou hij een essentiële rol spelen in de formulering van een
> Situationistisch perspectief op de stad en een kritiek op de
> modernistische stedenbouw.
>
> In 1956 begon Constant aan wat een visionair architectuurporject zou
> worden, wat zich uitstrekte over meer dan 20 jaar. Een utopische stad
> met de naam New Babylon; Het bestond uit een haast oneindige reeks
> schaalmodellen, schetsen, collages, etsen, later vergezeld van
> manifesten, lezingen, essays en films. Het project was een provocatie,
> een expliciete metafoor voor de Creatieve Stad, en verkondigde de
> opkomst van een subversieve massacreativiteit:
>
> “Het overal ter wereld optredende verschijnsel van een jeugd die  
> weigert
> de bestaande 'orde' te aanvaarden – de 'hipsters', de 'teddy-boys',
> 'rockers', 'mods', 'halbstarken', 'blousons noirs', 'beatniks',
> 'stiljagi', en hoe zij verder ook genoemd mogen worden – dit
> verschijnsel heeft een, tot dusver veronachtzaamde revolutionerende
> werking. Deze massajeugd, vrijer, welvarender en talrijker dan ooit
> tevoren, wordt gedreven door een dadendrang die in een leegte  
> slaat, die
> gefrustreerd moet blijven. Deze drang is niet langer in toom te  
> houden,
> zij zal zich, hoe dan ook, steeds sterker doen gelden. Tot het moment
> waarop de sublimering van deze drift tot creatieve drift, 'speel'-
> drift, mogelijk zal zijn geworden, zal zij zich uiten in  
> agressiviteit,
> en zich keren tegen alles wat haar bevrediging in de weg staat. Zij  
> zal
> niet rusten voordat de gehele superstructuur vernietigd is, daar helpt
> geen verontwaardiging, geen protest, zelfs geen geweld tegen. De  
> opstand
> van de creatieve mens tegen de moraal en de instellingen van de
> utilitaristische maatschappij zal niet eindigen voordat de ludieke
> maatschappij een feit is.
> De grote non-stop-happening die wij te verwachten hebben wanneer de
> creatieve potentie van de gehele mensheid eenmaal ontketend wordt, zal
> het aangezicht van de aarde net zo ingrijpend veranderen als de
> organisatie van de produktiearbeid dit gedaan heeft sinds het  
> neolithicum.
> Het tijdperk van de Homo Ludens ligt voor ons.”[4]
>
> Constant voorzag een maatschappij waar automatisering de mens had
> bevrijd van de last van industriële arbeid. Een leven vol van
> creativiteit en spel lag in het vooruitzicht, wars van enige
> consideratie van functionaliteit, want ‘spel is tegengesteld aan
> nut.’[5]. Homo Faber, de werkende mens van de industriële samenleving
> zou opgevolgd worden door Homo Ludens, de spelende mens of zoals
> Constant dat verwoorde, de creatieve mens. Dit was de toekomstige
> inwoner van zijn project New Babylon, die dankzij moderne
> architectuurtechnieken in staat zou zijn om elk aspect van zijn
> leefomgeving spontaan te configureren. Constant nam de surrealistische
> slogan van Lautréamont ‘La poésie doit être faite par tous, non par  
> un’
> en vertaalde dat naar de stedelijke omgeving, ‘morgen zal het leven in
> poëzie gehuisvest worden’[6].
>
> Het werk van Constant Nieuwenhuys combineerde zo een afkeer van
> modernistisch functionalisme met een intense waardering voor het
> bevrijdende potentieel van nieuwe technologie. Mechanisering zou
> resulteren in de opkomst van een ‘creatieve massacultuur’; cultuur zou
> niet langer het alleenrecht zijn van een kleine culturele elite. Een
> maatschappij zou worden gecreëerd waar, in overeenstemming met Marx  
> zijn
> visie over kunst in een communistische samenleving, ‘there are no
> painters but only people who engage in painting among other  
> activities’[7].
>
> Het werk van Constant zou een directe en belangrijke invloed hebben op
> de opkomst van de jeugdbeweging Provo. Deze Nederlandse Yippies bleken
> een haast perfecte incarnatie van de Homo Ludens; die door continue
> provocatie, happenings een ludieke acties, het autoritarisme van de
> jaren ’50 op haar knieën zou brengen. Daar bleef het echter wel  
> bij. We
> hoeven er bijna niet meer bij te zeggen dat latere ontwikkelingen zich
> anders zouden voordoen dan Constant had geprojecteerd.  
> Mechanisering en
> de daaropvolgende deïndustrialisatie, het wegtrekken van fabrieken  
> naar
> ontwikkelingslanden, leidde niet tot de bevrijding van de Homo Ludens
> (of misschien moeten we de Homo Ludens een korte en beperkte  
> overwinning
> gunnen – een klein intermezzo dat zich ergens in de jeugdcultuur  
> van de
> jaren ’60 bevond –alvorens weer aan het werk gezet te worden). De  
> totale
> hoeveelheid gewerkte uren is sinds de jaren ’60 alleen maar gegroeid.
> Terwijl Constant de bevrijding van het creatieve domein uit het
> economische domein voorzag, zijn we op dit moment getuige - met de
> creatieve stad van Richard Florida - van de uitbreiding van het
> economische in het the creatieve domein.
>
> DE STAD ALS WERKPLAATS
>
> Een van de eerste stappen van het nieuwe progressieve stadsbestuur,  
> bij
> haar aantreden in de lente van 2006, was de lancering van een ‘Top  
> Stad
> Programma’, gericht op het consolideren van de 'bedreigde' positie van
> Amsterdam in de top tien van vestigingssteden voor het bedrijfsleven:
>
> “Amsterdam heeft dringend vernieuwing nodig om de internationale
> concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Anders gezegd: Amsterdam  
> heeft
> behalve een groot verleden ook een grote toekomst, mits er groot  
> gedacht
> wordt.”[8]
>
> Natuurlijk zal creativiteit “het centrale aandachtspunt” worden van  
> dit
> programma, want creativiteit is “de motor achter de aantrekkingskracht
> en dynamiek van de stad”. Als we echter voorbij de retoriek kijken,  
> naar
> de praktische onderdelen van het programma, dan is het  
> verbazingwekkend
> bescheiden: gesponsorde welkom centra voor expats in Schiphol Airport,
> tijdelijk verhuur van kamers aan modeontwerpers in de rosse buurt,
> live-internet uitzendingen van popconcerten via 'Fabchannel',  
> ‘Amsterdam
> Top City’ publicaties in KLM vluchten, en de jaarlijkse Picnic Cross
> Media week, een conferentie die aspireert het Nederlandse Davos van
> creatieve ondernemers te zijn.
>
> In waarschijnlijk een van de beste analyses van creatieve stadstheorie
> tot op heden, vraagt geograaf Jamie Peck[9] waarom Richard Florida  
> zijn
> werk zo'n enorme impact op beleidsmakers heeft gehad. Hij kwam tot de
> ontnuchterende conclusie dat het niet was omdat Florida zijn
> creativiteitstheorie zo vernieuwend was – verschillende auteurs hadden
> al eerder over de kenniseconomie gepubliceerd – maar voornamelijk  
> omdat
> het een goedkope, niet oncontroversiëel en makkelijk uitvoerbaar
> marketingscript verschafte dat goed paste met de bestaande vormen van
> stedelijke economische ontwikkeling. Een extraatje dat steden zich
> konden veroorloven, een low budget PR script, aangevuld met een
> heroriëntatie van al bestaande culturele subsidies. Maar alhoewel de
> creatieve branding misschien bescheiden is in opzet, is het dat
> allerminst in zijn uitwerking. De creatieve industrie is namelijk de
> immateriële slagroom op de taart van een indrukwekkende fysieke
> herontwikkeling van de stad.
>
> De stad Amsterdam is namelijk het toneel van grootscheepse  
> vernieuwing.
> Een metamorfose van ongekende omvang houdt Amsterdam in haar greep.  
> Haar
> oude havens worden herontwikkeld tot luxueuze woon- en  
> werkklimaten; aan
> de Zuidas wordt een nieuwe skyline gerealiseerd: een zakendistrict dat
> moet fungeren als portaal naar de wereldeconomie; in de naoorlogse
> volkswijken worden een record aantal sociale woningflats gesloopt om
> plaats te maken voor duurdere koopwoningen, terwijl in de 19e-eeuwse
> gordel grondige vernieuwingsoperaties plaatsvinden. Alsof dat nog niet
> genoeg is, doorkruist het traject van de toekomstige metrolijn - een
> rechte streep van zand, cement en continue bouwactiviteiten - de stad
> van Noord tot Zuid en verbindt zo de nieuwe stad met de oude. Niet
> alleen is een van Europa's grootste stedelijke  
> vernieuwingsoperaties aan
> de gang, en neemt de hoeveelheid te slopen huizen inmiddels
> recordhoogtes aan, ook aan het imago van de stad wordt bewerkt. In  
> zowel
> de imaginaire als materiële herontwikkeling van Amsterdam speelt de
> creatieve sector een belangrijke rol. De creatieve industrie
> functioneert als katalysator, waarmee het imago van  
> achterstandsbuurten
> wordt veranderend van hopeloos naar hip. In bijna alle wijken die  
> op de
> schop gaan of zijn gegaan, zijn er programma's om tijdelijk of  
> permanent
> kunstenaars in de buurt onder te brengen. Zij moeten een nieuwe
> hoogopgeleide groep huizenkopers naar de buurt trekken. Het is dan ook
> niet voor niets dat de onroerend goed sector een belangrijke rol  
> speelt
> in de creatieve stad.
>
> Een interessante illustratie hiervan vinden we in een interview met de
> onroerend goed sector in Real Estate Magazine. De inleiding van het
> artikel spreekt al boekdelen over de nieuwe rol van cultuur in het
> vernieuwingsproces: “Door ‘cultuurdragers’ als musea, galeries en
> kunstenaarskolonies welbewust een plek te bieden binnen een
> gebiedsontwikkeling neemt de aantrekkelijkheid van het omliggend
> vastgoed toe. Het concept van de ‘creatieve stad’ is in opmars. Soms
> gepland, soms organisch tot stand komend – maar vooralsnog altijd met
> dank aan de projectontwikkelaars”. Culturele instituties en tijdelijke
> kunstprojecten genereren “traffic”, en maken het ontwikkelaars  
> mogelijk
> om lokaties langzaam “op smaak” te brengen: “Het gaat om het  
> creëren van
> ruimte! Wat je niet moet doen is publiekelijk aankondigen dat je
> kunstenaars gaat inzetten; geef ze het gevoel dat ze het zelf hebben
> bedacht. Als het organisch ontstaant, zullen de niveau's organisch
> stijgen.”[10]
>
> Het is op dit punt waar de creatieve stad duidelijk kleur en klasse
> bekent. Want het hebben van een kunstproject in een arme of gekleurde
> wijk, betekent inderdaad veelal het genereren van “traffic”, het
> aantrekken van jonge, blanke hoogopgeleiden die zich anders niet  
> zouden
> identificeren met de wijk. Het aantal kunstprojecten dat zich in  
> plaats
> daarvan, op de wijkbewoners zelf richt, is minimaal. Terwijl met  
> behulp
> van kunstprojecten steeds meer sociale menging wordt bewerkstelligt in
> de meest gewilde armere wijken, wordt steeds een gedeelte van de oude
> wijkbewoners uitgeplaatst. Onderzoek geeft dan ook aan dat etnische
> concentraties zich steeds meer naar de periferie bewegen [11].
>
> Degenen met weinig keus op de woningmarkt worden steeds meer uit het
> centrum gedrukt. Dat de rol van kunstenaars in de stedelijke  
> vernieuwing
> niet perse een dergelijke vorm aan hoeft te nemen, bewijzen projecten
> zoals Center for Urban Pedagogy (CUP) in New York en The People  
> Speak in
> Londen, zij richten zich met artistieke middelen op het bevorderen van
> de zeggenschap van lokale bewoners in hun wijk [12]. In Nederland  
> hebben
> we Rotterdam Vakmansstad, een project dat filosoof Henk Oosterling in
> Rotterdam heeft opgezet uit onvrede met het label Rotterdam Creatieve
> Stad en de bijbehorende focus op het vertroetelen van hogeropgeleiden.
> Rotterdam Vakmanstad[13] organiseert projecten om de lageropgeleide en
> veelal migrantenjongeren te helpen bij het vinden van een baan en het
> opbouwen van een bestaan in de stad. Het is een vorm van branding  
> die in
> ieder geval past bij de demografie van Rotterdam.
>
> Maar volgens marketingexperts bij de gemeente Amsterdam, zijn we
> betrokken in een vorm van 'communicatieve oorlog’[14] in een
> internationaal veld van concurrerende creatieve steden. Zoals Sun Tzu
> stelde in zijn The Art of War: ‘All warfare is based on deception’.  
> Hier
> hebben we het, Amsterdam een stad waar 70% van de jongeren alleen de
> laagste vorm van opleiding kan afmaken, het VMBO, die daarbovenop ook
> nog eens lijdt onder record aantallen afhakers, deze stad noemt zich
> ironisch genoeg een creatieve stad voor iedereen.
>
> Hier zijn we dan aangekomen bij het raadsel van de creatieve stad.
> Paradoxaal genoeg betekent de fusie tussen economie en  
> creativiteit, dat
> we steeds economischer zijn met creativiteit. Terwijl de creatieve
> marketingcampagne van de gemeente op volle stoom doordraait, wordt er
> inmiddels op vele terreinen flink bezuinigd in de cultuursector en het
> onderwijs. Theater en muziekgroepen worden bedreigd met opheffing,
> terwijl op universiteiten scholen en musea de inhoud steeds vaker
> ondergeschikt gemaakt aan allerlei quota's en efficiency maatregelen.
> Het publieke geheim van de hedendaagse creatieve stad is dat alleen
> creativiteit die tot economische spin-offs leidt, welkom is. In
> tegenstelling tot Constant zijn utopische project, dat in strikte
> oppositie was geformuleerd tot het functionalisme, is daarmee
> creativiteit als zodanig ondergeschikt gemaakt aan de economie, in het
> kader van de internationale concurrentiestrijd. Terwijl Constant een
> maatschappij voor zich zag waar creativiteit een collectieve  
> activiteit
> was, betekent het creatieve stad beleid een verdere  
> professionalisering
> van de creatieve klasse en daarmee helpt in plaats van bestrijdt  
> het een
> verdere creatieve segregatie in de stad.
>
> Volgens de Franse urbanist Lefebvre betekent het recht op de stad,  
> 'the
> right of citizens and city dwellers, (...), to appear on all the
> networks and circuits of communication, information and exchange.’  
> Laten
> we ons opnieuw voorstellen hoe de creatieve stad van ons allemaal zou
> kunnen zijn.
>
>
>
> NOTEN:
>
> [1] Zelfs nadat een recent rapport aangaf dat de creatieve economie in
> Amsterdam eerder slinkt dan groeit, blijft het stadsbestuur vertrouwen
> op het strategische belang van de sector. “Het belang van de creatieve
> industrie overstijgt cijfers”, aldus wethouder Asscher van Economische
> Zaken, “de sector heeft een enorm effect op de uitstraling van de  
> stad”.
> ‘Creatieve Industrie Slinkt’, Het Parool, 25 January, 2007,
> http://www.parool.nl/nieuws/2007/JAN/25/eco2.html
>
> [2] Richard Florida, ‘The Rise of the Creative Class. Why Cities  
> Without
> Gays and Rock Bands Are Losing the Economic Development Race’.
> Washington Monthly, 2 May, 2002,
> http://www.washingtonmonthly.com/features/2001/0205.florida.html.
>
> [3] Toespraak van Cohen bij de Creative Capital Conference, 17-18  
> March
> 2005, Amsterdam. See: http://www.creativecapital.nl/
>
> [4] Constant Nieuwenhuys, ‘Opkomst en Ondergang van de Avant- 
> Garde’. In:
> Randstad 8 (1964), p34.
>
> [5] Constant Nieuwenhuys, ‘Opkomst en Ondergang van de Avant- 
> Garde’. In:
> Randstad 8, 1964, pp. 6-35
>
> [6] Zie: Not Bored, http://www.notbored.org/tomorrow.html
>
> [7] Karl Marx and Friedrich Engels, The German Ideology, 1845-46, New
> York, International Publishers edition, 1970: p 109.
>
> [8] Gemeente Amsterdam, Amsterdam Topstad: Metropool. Economische  
> Zaken
> Amsterdam (14 July 2006), Amsterdam,
> http://www.amsterdam.nl/ondernemen?ActItmIdt=12153.
>
> [9] Jamie Peck, ‘Struggling with the Creative Class’. International
> Journal of Urban and Regional Research, 29.4 (2005), pp 740-770.
>
> [10] Real Estate Magazine, mei 2006
>
> [11] Zie Musterd & Deurloo (2002) en O+S (2004).
>
> [12] The People Speak: http://www.theps.net, Centre for Urban  
> Pedagogy:
> http://www.anothercupdevelopment.org
>
> [13] Zie: http://www.vakmanstad.nl
>
> [14] ‘What should brand carriers comply with? An intrinsic descriptive
> name is recognisable yet less distinctive and specific for the  
> brand it
> refers to: there are several artistic cities in the world so  
> “Amsterdam
> city of art” or “Amsterdam the metropolis” is not quite unique and
> distinctive when it comes to the communication war between cities.’
> Gemeente Amsterdam, Choosing Amsterdam; Brand, Concept and  
> Organisation
> of the City Marketing. (2003) Amsterdam: p23.
> http://www.amsterdam.nl/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/ 
> 4629/d69_citymarket_samen.pdf
>
>
> Another interesting detail is that the present alderman of culture,
> Caroline Gherels has come from the ‘I Amsterdam’ marketing team.
>
> REFERENTIES:
>
> Dienst Onderzoek en Statistiek (2004) De Staat van de Stad. Amsterdam
> III. Ontwikkelingen in participatie en leefsituatie. Amsterdam,  
> Gemeente
> Amsterdam.
> Florida, Richard. ‘The Rise of the Creative Class. Why Cities Without
> Gays and Rock Bands Are Losing the Economic Development Race’.
> Washington Monthly, 2 May, 2002,
> http://www.washingtonmonthly.com/features/2001/0205.florida.html.
> ________. ‘Cities and the Creative Class’, City & Community, 2.1  
> (2003):
> 3-19.
> Gemeente Amsterdam: Amsterdam Topstad: Metropool. Economische Zaken
> Amsterdam (14 July 2006), Amsterdam,
> http://www.amsterdam.nl/ondernemen?ActItmIdt=12153.
> _______. Choosing Amsterdam; Brand, Concept and Organisation of the  
> City
> Marketing. (2003) Amsterdam,
> http://www.amsterdam.nl/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/ 
> 4629/d69_citymarket_samen.pdf
>
>
> Lefebvre, Henri. The Production of Space, trans. Donald Nichelson  
> Smith,
> Oxford, Blackwell, 1991.
> Marx , Karl and Friedrich Engels. The German Ideology, 1845-46, New
> York, International Publishers edition, 1970.
> Musterd, Sjako & Deurloo, Musterd (2002) Unstable Immigrant
> Concentrations in Amsterdam: Spatial Segregation and Integration of
> Newcomers. In: Housing Studies, vol. 17, No 3, pp. 487-503.
> Nieuwenhuys, Constant and Simon Vinkenoog. New Babylon : Ten
> Lithographs, Amsterdam: Galerie d’Eendt 1963.
> Nieuwenhuys, Constant. ‘Opkomst en Ondergang van de Avant-Garde’. In:
> Randstad 8 (1964), pp 6-35.
> Oudenampsen, Merijn. ‘Extreme Makeover’. Mute Magazine Vol 2. Issue 4,
> 2006. Available online at http://www.metamute.org/en/Extreme-Makeover
> Peck, Jamie. ‘Struggling with the Creative Class’. International  
> Journal
> of Urban and Regional Research, 29.4 (2005), pp 740-770. Ratingen,  
> Bart
> van. ‘Ik Zie Ik Zie Wat Jij Niet Ziet, Vijf Ontwikkelaars over de
> “Creatieve Stad”, haar Mogelijkheden en haar Beperkingen’, Real Estate
> Magazine, May 2006.
>
> -- 
> Merijn Oudenampsen
> http://www.flexmens.org/drupal/?q=merijn_oudenampsen
>
>
> ______________________________________________________
> * Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet
> * toegestaan zonder toestemming. <nettime-nl> is een
> * open en ongemodereerde mailinglist over net-kritiek.
> * Meer info, archief & anderstalige edities:
> * http://www.nettime.org/.
> * Contact: Menno Grootveld (rabotnik {AT} xs4all.nl).

A. Andreas

e:	a.andreas {AT} nictoglobe.com
w:	http://www.nictoglobe.com


______________________________________________________
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet
* toegestaan zonder toestemming. <nettime-nl> is een
* open en ongemodereerde mailinglist over net-kritiek.
* Meer info, archief & anderstalige edities:
* http://www.nettime.org/.
* Contact: Menno Grootveld (rabotnik {AT} xs4all.nl).