www.nettime.org
Nettime mailing list archives

[Nettime-nl] Protest is niet het antwoord - interview met Joost de Blooi
Patrice Riemens on Thu, 4 Aug 2011 18:38:29 +0200 (CEST)


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

[Nettime-nl] Protest is niet het antwoord - interview met Joost de Bloois (Trouw)


Via via kwam ik op deze text. Iemand wees mij op het Post-Autonomia
congres (http://postautonomia.wordpress.com/), die volledig aan mij
voorbijgegaan was. Net als het centrum die het mee-organiseerde, Goleb
(http://projectgoleb.wordpress.com) waarvan ik het bestaan niet eens kende
(SMART ken ik gellukkig wel, maar ik woon dan ook - schuin - aan de
overkant ;-)  Ik nam ook snel de lijst van de congres-participanten door
en er kwam haast geen van de 'usual suspects' erin voor (behalve MerijnO.
en 'n heel enkele anderen), dus er is duidelijk nieuw bloed in Amsterdam!

Het interview met Joost de Bloois in Trouw vond ik zeer de moeiete waard:


'Protest is niet het antwoord'
Sander Hiskemuller − Trouw, 10 mei 2011
origineel:   http://bit.ly/jXw5WE

INTERVIEW - De bezuinigingen op de kunstensector zijn een logisch gevolg
van de politieke ontwikkelingen van de laatste twintig jaar. Protesten
zullen niet veel uithalen, voorziet cultuurwetenschapper Joost de Bloois.
Hij pleit voor het politiseren van de kunsten om niet door de 'grimmige'
kant van het neoliberalisme te worden verpulverd.
Een 'ludieke bezetting' van het Rijksmuseum, 'kamperen' met politici in
kunstencentrum W139 om over kunstbeleid te debatteren: Joost de Bloois
vindt het protest tegen de bezuinigingen vanuit de kunstensector vooral
tragisch. Spasmen van een oude tijd. "Kunstenaars bezigen vooral de
clichés over de rol die kunst en cultuur inneemt in de maatschappij. Het
probleem is echter dat kunst in de huidige neoliberale politiek en de
daaraan gelieerde populistische stromingen geen enkele rol meer speelt, in
ieder geval níet de rol die kunstenaars haar zelf toebedelen. Dat het
mensen verbindt, verrijkt, aan het denken zet. Aan die zaken wordt in de
huidige politieke status quo geen prioriteit gegeven. Sterker: ze zijn
niet zo gewenst."

Volgens de cultuurwetenschapper, verbonden aan de Universiteit van
Amsterdam, heeft er de afgelopen jaren een omslag plaatsgevonden. Van het
stimuleren van 'creatieve industrieën' in de jaren negentig en de vroege
jaren nul, slingert de pendel nu naar een feitelijke afschrijving ervan.
"Dat is een schok waar de kunstwereld nog niet van bekomen is."

Die omslag is onomkeerbaar, aldus De Bloois. Kunst wordt niet meer gezien
in termen van maatschappelijke vernieuwing, en ook niet langer als motor
voor economische innovatie. "Kunst wordt nu vooral gezien in termen van
erfgoed en het behoud daarvan. Kunst is iets van het verleden, iets dat
bijdraagt aan de nationale identiteit. Dat is een Europese ontwikkeling;
de Franse president Sarkozy doet bijvoorbeeld uitspraken over wat er op
scholen aan literatuur moet worden gedoceerd."

Dat is niet te wijten aan de opkomst van het populisme, zoals algemeen
wordt verondersteld, wél heeft het populistische gedachtengoed het
westerse marktdenken een goed excuus gegeven. "We zijn in een periode
aanbeland dat we het andere gezicht zien van het vrijemarktdenken. De
vrolijke triomf van het neoliberalisme, van na de val van de Berlijnse
muur, is voorbij. Onder invloed van 9/11 en verschillende economische
crises hebben we nu met een grimmiger vorm te maken. Het kapitalisme heeft
de homo economicus geschapen, de mens die gedreven wordt door eigenbelang
en van daaruit rationele keuzes maakt. Kunst heeft waarde, in de
kunstmarkt gaan hoge bedragen om, maar het máken van kunst is niet iets
wat direct verzilverd kan worden. Het creëren van kunst, en dat geldt
vooral voor de uitvoerende disciplines, levert de homo economicus niet
genoeg op."

Ironisch is, vindt De Bloois, dat kunstenaars zijn meegegaan in dat
triomfantelijk neoliberalisme. Daar worden nu de zure vruchten van
geplukt. "De kunstsector was dolblij dat hij onderdeel werd van politiek
beleid. Het was fijn dat kunst werd gezien als iets van maatschappelijk
belang, iets wat bijvoorbeeld de multiculturele samenleving zou kunnen
bevorderen. In de jaren negentig leidde dat tot de institutionalisering
van de avant-garde. De overheid wees plekken aan waar kunstenaars konden
experimenteren. Maar de alliantie tussen kunst en politiek bestaat bij de
gratie van consensus, niet omdat vernieuwing zo op prijs wordt gesteld. De
vernieuwing ligt nu bij de conservatieven, in de afbraak van de
verzorgingsstaat en het subsidiestelsel."

Volgens De Bloois heeft het geen zin te roepen hoe erg die afbraak wel
niet is. Met het protest waarmee kunstenaars zich tot nu toe hebben
gemanifesteerd, worden juist alle populistische clichés over de
'nutteloosheid' van kunst en het gebrek aan maatschappelijk draagvlak
bevestigd. "Dat werkt contraproductief."

Het is moeilijk je te verhouden ten opzichte van een tegenstander die je,
in principe, afwijst. "Kunstenaars kunnen zich niet meer aan de zijde van
de sociaaldemocratie of traditioneel links scharen, omdat die domweg niet
meer bestaan. In feite heeft het neoliberalisme geen tegenstanders meer en
ziet hij daardoor geen noodzaak voor een open maatschappelijke en
politieke ruimte. En dat is nou juist de ruimte waar kunstenaars zich in
bewegen. De taak waarvoor kunstenaars zich gesteld zullen zien, is om een
nieuwe vorm van oppositie te creëren. Dat moet voor een belangrijk deel
middels allianties met politieke partijen en sociale groepen gebeuren."

Een ander kenmerk van het neoliberalisme is dat de middenklasse verdwijnt.
De Bloois constateert de vorming van een nieuwe sociale klasse, die nog
geen duidelijke spreekbuis heeft. "Kunstenaars staan in de voorhoede van
die nieuwe klasse van zzp'ers, postbezorgers, verplegers, academici,
journalisten et cetera, die van arbeidscontract naar arbeidscontract
leven. Met de afbraak van de verzorgingsstaat draait het bij hun om
'precariteit': wat bindt is een algemeen gevoel van economische onrust,
dwars door oude ideologieën en maatschappelijke klassen heen."

Maar er is geen sprake van een georganiseerde beweging, laat staan van
sociale cohesie binnen deze grote groep van 'onzekeren'. "Als de
kunstenaar gaat streven naar een verbeelding van de gedeelde leefwereld,
een gedeelde symboliek, is dat veel reëler dan voor de zoveelste keer
roepen dat kunst 'heus wel' maatschappelijke draagkracht heeft."

De Bloois verwijst naar de opleving van de Autonomia-beweging die ontstond
in de late jaren zeventig. "Daarin werd gezocht naar sociale verbanden
tussen 'atypische' groepen - als deeltijdwerkers, migranten, drop-outs en
alternatievelingen - door met kunst, media en leefvormen te
experimenteren. Tekenend is dat veel autonomisten van het eerste uur weer
een belangrijke rol spelen in het huidige academische discours over kunst
en cultuur." Maar ook in een bekendere stroming als De Stijl streefde men
al naar een herziening van de kunsten, naar aanleiding van technologische,
wetenschappelijke en maatschappelijke veranderingen. "Met een hedendaagse
uitwerking van dergelijke uitgangspunten bedoel ik overigens helemaal
niets engs, geen sociaal-realistische toestanden uit de jaren dertig of
zo, maar wel een gepolitiseerde verbeelding van een nieuwe wereld."

Daar is iets bij voor te stellen in het geval van scheppende kunsten als
performancekunst, mediakunst, beeldende kunst. Maar wat als het gaat om
sterk op traditie gestoelde kunsten - zeg klassiek ballet?

"Kunsten als ballet of toneel worden op dit moment het hardst getroffen
omdat ze het zwaarst leunen op een economische infrastructuur. Behalve een
theater heb je een geluidsman nodig, dansers, iemand die de kostuums wast
en strijkt. Het klinkt misschien een beetje Bertolt Brecht-achtig, maar
het is een mogelijkheid dat je laat zíen dat je al die mensen nodig hebt.
Zeker bij zoiets als ballet, de favoriete kunstvorm van de koninklijke
familie. Het zou toch fantastisch zijn als onze koningin een ballet
bijwoont waarin de nadruk wordt gelegd op het feit dat iemand de volgspot
bedient met een tijdelijk contract?"

De vraag is of een dergelijke politieke aanpak wel bij de sector past.
Toch zal de kunstensector hoe dan ook met een antwoord moeten komen,
voorspelt De Bloois.

"Dat ligt voor ballet of toneel zeker niet in het populariseren van de
kunstvorm, zoals je maar al te vaak ziet. Als je als kunstvorm je
autonomie wilt bewaren, en daar begint en eindigt het hele verhaal
natuurlijk mee, moet je laten zien hoe de kunstvorm is ingebed in
bestaande sociale structuren. Daaruit haal je bestaansrecht en alleen
daardoor is de mythe te doorbreken dat de kunstenaar in zijn ivoren toren
zit, subsidies opsoupeert en daar niets nuttigs voor in de plaats stelt."

In het Amsterdamse SMART Projectspace vindt [vond] van 19 t/m 21 mei het
congres 'Post-Autonomia' plaats. Het congres onderzoekt de erfenis van de
Italiaanse Autonomia-beweging uit de jaren zeventig en verbindt die met de
huidige situatie in de wereld van kunst en cultuur.

______________________________________________________
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet
* toegestaan zonder toestemming. <nettime-nl> is een
* open en ongemodereerde mailinglist over net-kritiek.
* Meer info, archief & anderstalige edities:
* http://www.nettime.org/.
* Contact: Menno Grootveld (rabotnik {AT} xs4all.nl).