www.nettime.org
Nettime mailing list archives

[Nettime-nl] Thom Holterman: Feodaliteit In Het Moderne Bestuur
Patrice Riemens on Tue, 2 Jul 2013 23:12:40 +0200 (CEST)


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

[Nettime-nl] Thom Holterman: Feodaliteit In Het Moderne Bestuur


origineel op: (voor alle links en fraaie plaatjes)
http://libertaireorde.wordpress.com/2013/06/30/feodaliteit-in-het-moderne-bestuur/
& overgenomen van globalinfo.nl





Feodaliteit In Het Moderne Bestuur
Thom Holterman/Libertaire Orde

"Gebruik me zolang je dat uitkomt en zolang het past in jouw politiek en
in je casting." Deze zin vormt een van de punten uit een kort briefje van
Christine Lagarde, Franse oud-minister van economische zaken en huidige
voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het is ongedateerd
en gericht aan Nicolas Sarkozy. Het Franse dagblad Le Monde van 17 juni
2013 publiceerde het integraal. Het kwam boven water bij een huiszoeking
bij Lagarde door de Franse recherche op 20 maart 2013, in het kader van de
affaire-Tapie.

Le Monde noemde in een begeleidende tekst het briefje een ?serment
d?allégeance?, wat, met een niet meer gebruikelijk Nederlands woord,
vertaald kan worden als leeneed. Dit woord drukt een verhouding van
onvoorwaardelijke trouw, loyaliteit, gehoorzaamheid uit. Om de draagwijdte
ervan te begrijpen moeten we terug naar de Middeleeuwen, naar het
leenstelsel

Feodaliteit

In het woord leeneed herkennen we twee woorden: leen en eed. In eed zit
het zweren van trouw (aan de koning, de leenheer). In leen gaat het om
overdracht van iets dat de verkrijger ervan tot gebruik strekt. Die leen
kan bestaan uit een grondgebied (waar de leenman kan heersen), maar ook
uit een ambt. In de Middeleeuwen was op leen de toen bestaande
bestuursmacht gevestigd. Dit is uitgewerkt in het leenstelsel of wel
feodaliteit (afgeleid van feudum, leen), waarbij ook over het feodale
stelsel en het feodale tijdperk wordt gesproken. Dit stelsel kent een
leenheer (de koning) die leen verschaft aan een leenman, ook wel vazal
genoemd (van daar ook vazalliteit).

De verhouding leenheer/leenman is er een van ondergeschiktheid. De
uitwerking van die verhouding vindt plaats opgrond van privaatrechtelijk
recht ? net zoals de hedendaagse verhouding werkgever/werknemer. Ook daar
gaat het om een verhouding in ondergeschiktheid op grond van het
privaatrecht (arbeidscontract). We zien dus: hoe de tijden ook veranderen,
sommige verhoudingen blijven in de kern ongewijzigd. Zo is een voorloper
van de relatie leenheer/leenman terug te vinden in die van de
ongeschiktheid van de horige aan de hofheer?

Graaicultuur

Er is nog iets anders dat zich herhaalt. De leenman had als verplichting
trouw en hulp te beloven aan de leenheer. Ook had hij hofrechten aan de
leenheer te betalen. Maar door middel van zijn leen kon hij weer
(trachten) zich te verrijken via zijn gebruiksrecht ? wat vaak neer kwam
op het uitpersen van de bevolking (heffen van allerlei ?rechten?, waarin
we een voorloper van huidige vormen van belastingheffing kunnen zien). Ook
toen troffen we, net als nu, een graaicultuur aan. Het korte briefje van
Lagarde en de typering ervan als leeneed verbindt ons, met een breuk van
ruim duizend jaar, met Middeleeuwse toestanden. Dat zit zo.

Man te paard

Zoals opgemerkt kwam het briefje met de leeneed van Lagarde boven water in
een onderzoek verricht in het kader van de affaire-Tapie. Het NRC
Handelsblad van 21 juni 2013 besteedde daar twee pagina?s aan (men vindt
er ook de integrale Nederlandse vertaling van het briefje). De affaire is
er een waarbij de politiek en de wereld van het grote geld elkaar de bal
toespelen. De zakenman Bernard Tapie, die eerst de socialist Mitterrand
als leenman diende en later de centrumrechtse Sarkozy, is de naamgever van
de affaire. Het kiezen van Sarkozy als leenheer legde hem geen windeieren,
hij werd er een kleine halve miljard euro wijzer van. In een bijgevoegd
schema, in NRC Handelsblad, wordt de machtsverhouding geduid met het
aanwijzen van de posities van leenheer Sarkozy en een aantal vazallen
(leenmannen en leenvrouw Lagarde).

Deze affaire speelt zich af over de rechterkant van het politieke
speelveld (UMP, de partij van Sarkozy). Maar ook over de linkerkant weet
men zich, wat de graaicultuur aangaat, te manifesteren. Daar speelt een
affaire rond Jérôme Cahuzac, de oud-minister van financiën uit de regering
van de socialist president François Hollande. Ook hier gaat het om
politiek en het grote geld, zo analyseert het Franse weekblad Marianne van
15-21 juni 2013.

Het betreft een andere affaire dan die leidde tot het aftreden van Cahuzac
als minister. In het nieuwe geval rond zijn persoon, gaat het om feiten
die samenhangen met zijn voorzitterschap tussen 2010-2012 van de
financiële commissie van het Franse parlement. In die hoedanigheid is hij
in het bezit gekomen van een lijst met 3000 namen van Franse
belastingplichtigen, die hun geld naar Zwitserland hebben doorgesluisd
(belastingvlucht).

Hij hield een kopie van die lijst achter (altijd handig toch?) en deelde
die gegevens niet met een partijgenoot-parlementarier, die zich inzette
voor de strijd tegen belastingvlucht en belastingparadijzen. Naar vermoed
deelde hij wel de gegevens met bijvoorbeeld de directeur-generaal van de
bank, die bij het ?sluiswerk? betrokken is. De betreffende
directeur-generaal is?de jongere broer Antoine van Cahuzac.

Neoliberale feodaliteit

Het is eerder geconstateerd: links en rechts in de politiek zijn voor een
aanmerkelijk deel met elkaar versmolten vanwege de aanvaarding van een
aantal neoliberale uitgangspunten. En wellicht merkwaardig, maar ook dat
brengt ons terug in de Middeleeuwen.

Een van de uitgangspunten van het neoliberalisme is het onder
privaatrechtelijk regime brengen van activiteiten, die tot dan toe tot het
publiekrechtelijk regime behoorden, door deze te privatiseren. Het gaat
dan om activiteiten als gezondheidszorg, energievoorziening,
openbaarvervoer, onderwijs.

Turning

Het zijn activiteiten waar geen plaats was voor het maken van winst en die
tot het algemeen belang werden gerekend. En laten we niet vergeten dat,
juist omdat in de beginfase van die activiteiten nog geen winst behaald
zou kunnen worden, werd het aan ?de maatschappij? overgelaten om
initiatieven te nemen deze activiteiten tot ontwikkeling te brengen. Dat
geschiedde ondermeer onder het gemeentesocialisme van eind negentiende en
begin twintigste eeuw.

Pas toen de infrastructuur bewezen had operationeel en vatbaar voor winst
te zijn, is vanaf de jaren 1980 de grote uitverkoop (privatisering)
begonnen in het publieke regime ten behoeve van particuliere winstneming,
waarbij door het grote graaien de beloofde prijsdaling voor de consument
uitbleef. De rijken werden rijker en de armen armer.

Wij weten nu: concurrentie onder giganten leidt niet tot prijsdaling, wel
tot prijsopdrijving. De publieke bureaucratie heet door de privatisering
teruggedrongen, maar we hebben er een veenlaag van (multinationaal)
?corporate-management? voor teruggekregen (met dank aan René Dijkgraaf
voor de term veenlaag; zie diens ?Verlos de zorg van de instanties die de
zorg zouden verbeteren? in de Volkskrant van 21 juni 2013).

Wat de neoliberale actievoerders daarmee bereikt hebben en waar zij ook op
uit waren, is: het zich ontdoen van de samenleving als collectieve
controle factor op activiteiten van algemeen belang. Hierin reflecteert de
neoliberale privaatrechtelijke opvatting van het ?staatsgezag? in zijn
Middeleeuwse uitvoering. In die periode behoorden namelijk de koningsmacht
en regeringsrechten tot de private rechten van regeerders. Het hele
leenstelsel, de feodaliteit, ontstond eruit: de vervreemdbaarheid en de
vervreemding van overheidsrechten vond in die tijd langs de weg van de
belening plaats.

Toen en nu gaat het om het primaat van de privé-belangen van een toplaag
die de dienst uitmaakt in een samenleving en deze als een vampier leeg
zuigt. Nu, net zo min als toen: geen boodschap aan democratie. In de
huidige neoliberale maatschappij bepalen de privé-belangen van
grootindustriëlen en grootaandeelhouders (de ?schurken zonder grenzen?) de
maatschappelijke verhoudingen. Zij zijn de leenheren en hebben hun
vazallen voor het bedrijven van ?politiek?. Wat die vazallen betreft gaat
het om een vorm van vrijwillige slavernij. Want hoe moet je de slotzin uit
het briefje van Lagarde anders interpreteren als zij schrijft:

?Als je [Sarkozy] me gebruikt, heb ik jou nodig als gids en als steun:
zonder gids loop ik het risico inefficiënt te zijn, zonder steun loop ik
het risico weinig geloofwaardig te zijn.?

En dat regeert de wereld!

Thom Holterman

Aantekening

    leen en het leenstelsel maakte ik gebruik van: L.J. van Apeldoorn,
Inleiding tot de studie van het Nederlandsche recht, Zwolle, 1939,
vierde druk; A.S. de Blécourt, Kort begrip van het oud-vaderlandsch
burgerlijk recht, Groningen, 1939, vijfde druk; S.A. van Lunteren,
Overzicht van de geschiedenis der Romeinsche en oud-Nederlandsche
rechtsvorming, Groningen, 1928, tweede druk; W. van der Vlugt,
Algemene inleiding tot de rechtsgeleerdheid, Haarlem, 1925. Dit is wel
oude maar niet verouderde literatuur. Ook ken ik de latere her- of
herziene drukken van enkele van de noemde werken.


______________________________________________________
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet
* toegestaan zonder toestemming. <nettime-nl> is een
* open en ongemodereerde mailinglist over net-kritiek.
* Meer info, archief & anderstalige edities:
* http://www.nettime.org/.
* Contact: Menno Grootveld (rabotnik {AT} xs4all.nl).