www.nettime.org
Nettime mailing list archives

nettime-nl: Tactische media 'revisited' 1/2
Andreas Broeckmann on Mon, 13 Jan 1997 10:47:21 +0200


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

nettime-nl: Tactische media 'revisited' 1/2


Next 5 Minutes: Tactische Media

Enkele startpunten

Andreas Broeckmann, V2_Organisatie

"Het zal voor de sociale ecologie een programmatische opdracht zijn om deze
kapitalistische maatschappijen van het tijdperk van de massa-media te
leiden naar het post-massa-media tijdperk; ik bedoel hiermee dat de
verschillende subject-groepen zich de massamedia opnieuw moeten toeŽigenen
en gebruiken op een pad van singularisatie." (Guattari 1994, p.64)

Introductie: Tactische Media

Veel mensen die werkzaam zijn in media bevinden zich in een frustrerende
situatie. Er is besloten dat de dingen waarmee zij zich bezig houden 'oude'
media zijn - een fataal oordeel in een tijdperk waarin de gemiddelde
aandachtsspanne niet langer lijkt te duren dan 30 seconden. De 'nieuwe'
media zijn de expressiemiddelen die gebruik maken van digitale computer
technologie en waarvan je zeker kan zijn dat ze niet alleen binnen 4 jaar
oud zullen zijn, maar ook hopeloos verouderd. 'Nieuw' geeft, in dit geval,
niet echt de noviteit aan - het is onwaarschijnlijk dat iemand de
recentelijk uitgevonden opwindradio die ontvangst mogelijk maakt zonder
voeding van kabels en batterijen, als een nieuw medium zal beschouwen, hoe
revolutionair dit ook mag zijn voor plaatsen waar er nauwelijks of geen
elektrische infrastructuur bestaat. 'Nieuw' duidt op snelheid, zowel de
snelheid van transmissie als de snelheid van veroudering. Spreek het woord
'media' uit en de in-crowd vertaalt het onmiddellijk in Internet,
zaktelefoons, kabeltelevisie, of erger nog, als World Wide Web-sites.

De computer heeft een overduidelijke, enorme invloed op de recente
ontwikkelingen in mediatechnologie, maar digitalisering en de ontwikkeling
van de elektronische netwerken zijn niet noodzakelijk de belangrijkste
factoren voor de evaluatie van - en de kritiek op - de huidige
mediapraktijk. Neem bijvoorbeeld Shotgun TV, een nieuw medium, uitgevonden
en gebouwd door de groep Contained uit Linz in Oostenrijk. Shotgun TV is
een rijdend video-wapen, een camera en projectie-unit gemonteerd op een
open bestelwagen. 2 video-recorders, een 'headmounted' bewakingscamera en
een camera op de 'Big Gun' leveren de beelden voor twee soorten projecties:
door een grote LCD-projecto naast het raam van de bestuurder en door een
kleine LCD-projector op de 'Small Gun'. Aan de kleine videoprojector is een
kleine luidspreker gekoppeld. Het audio-gedeelte heeft diverse ingangen
voor bandrecorders en microfoons en is verbonden met een zender die tot een
straal van ťťn kilometer kan uitzenden. Het concept van deze machine maakt
duidelijk dat de notie tactische media niet alleen refereert aan een
militair idioom, maar ook duidelijke verwantschap heeft met een traditie
van piraterij.

De analogie tussen wapens en media die hier gesuggereerd wordt, was een
belangrijk discussiepunt tijdens de voorbereidingen van de tweede editie
van de Next 5 Minutes conferentie. Is de militaire metafoor geschikt om te
kunnen omschrijven wat mediakunstenaars en media-activisten doen? Worden de
pogingen tot een meer vredelievende, meer overdachte en meer meedogende
benadering van de onafhankelijke media, die zich juist vaak richten tegen
de onderdrukkende en gewelddadige krachten binnen de media(-)conglomeraten
en machthebbers, niet verhinderd door deze metafoor?

Ik probeer niet om daarop nu al een antwoord te vinden, maar ik zal eerst
een aantal onderwerpen aansnijden die van belang (lijken te) zijn voor de
analyse van de functie en de functionaliteit van de hedendaagse tactische
media. Ik zal eerst, vrij abstract, een definitie proberen te geven van wat
de tactische media zouden kunnen zijn, daarna zal ik een aantal projecten
beschrijven die V2_Organisatie heeft gepresenteerd tijdens de N5M, waarbij
de nadruk ligt op hun tactische impact. Ik besluit met een verdediging van
het begrip 'media-ecologie', dat door anderen is omschreven als een
ontoereikende en ongewenste metafoor.

Het begrip media-ecologie omschrijft een onderling verbonden serie van
materiŽle, praktische en theoretische trajecten, die ťťn geheel vormen, ťťn
laag, een ruimte/tijd-machine die wordt aangedreven door andere machines,
maar ook helpt om deze aan te drijven. Als dit een acceptabele definitie
is, dan rijst de inhoudelijke vraag of we het voorvoegsel 'eco-' moeten
gebruiken voor iets dat geen relatie heeft met de natuur om ons heen. Ik
denk dat het de moeite waard is om te zoeken naar een verbreding van de
betekenis van het begrip ecologie, waarbinnen het begrip niet alleen
verwijst naar de relaties tussen mensen, dieren en planten en hun
natuurlijke omgeving, maar naar een intelligente verbondenheid met, zoals
Fťlix Guattari ze noemt, de drie ecologische onderverdelingen. Dit zijn het
milieu, de sociale relaties en de menselijke subjectiviteit (1994, p.12).
De gedachte aan natuur zonder cultuur is vrijwel onmogelijk geworden: "We
moeten onszelf leren," schrijft Guattari, "om in gedachten de
inter-relaties tussen wederzijdse beÔnvloeding van ecosystemen, de
materiŽle wereld en sociale en individuele relaties na te gaan." (p.35)
Voor media-activisten en -kunstenaars is het kritische begrip van
media-ecologie, dat door Guattari 'ecosofie' genoemd wordt, een manier om
hun sociale en politieke leven op een begripvolle en verantwoordelijke
manier te leiden. Maar hierover later meer.

Enkele opmerkingen over tactiek - en over de mogelijkheden van het gebruik
daarvan - in relatie tot mediapraktijk. De Mexicaans-Amerikaanse schrijver
Manuel de Landa beschrijft in zijn boek 'War in the Age of Intelligent
Machines' het militair als:

"een machine die is opgebouwd uit verschillende gescheiden niveaus (...):
een niveau met de wapens en de hardware van oorlog; het tactische niveau,
waarin de mens en wapens zijn geÔntegreerd in formaties; het strategische
niveau, waarop de gevechten die worden uitgevochten door deze formaties hun
eenduidige politieke doelen krijgen; en als laatste het logistieke niveau,
het niveau van de voorzieningen en toeleveringsnetwerken, waar de
verbinding wordt gelegd tussen oorlog en de agrarische en industriŽle
grondstoffen die haar voeden." (p.5)

Misschien is de belangrijkste tegenwerping tegen de geÔmpliceerde analogie
tussen militaire tactiek en mediatactiek, dat het omschreven militaire
scenario is gebaseerd op confrontatie en het gevecht met een tegenstander,
terwijl het gebruik van media als televisie, de drukpers of elektronische
netwerken vaak de functie heeft van communicatie, verbindingen maken en
informatie bij elkaar brengen. Meer specifiek is het militaire apparaat
afgestemd op het werken in het uitzonderlijke en afgebakende ruimtetijd
continuŁm dat is gedefinieerd als 'oorlog', terwijl tactische media zowel
worden gebruikt in alledaagse omstandigheden als in meer extreme sociale en
politieke situaties.

Toch heb ik het gevoel dat een analyse vanuit het militaire scenario kan
helpen om te begrijpen op welk niveau de media-tactici opereren -
onafhankelijk van de vraag of hun beweegredenen nu een dissident gevecht
tegen een onderdrukker zijn, of een poging tot het creŽren van nieuwe
sociale vormen op een kruispunt van behoeften en mogelijkheden. Toegepast
op media-ecologie ziet de analyse van de Landa er als volgt uit:

Media-ecologie is een machine die bestaat uit meerdere losse niveaus: de
lagen van de media met de daaraan gerelateerde gereedschappen en
instrumenten; de laag van de tactiek, waarin individuen en media zijn
geÔntegreerd in formaties; de laag van de strategie, waarin de 'veldtocht'
van die formaties een eenduidig politiek doel krijgt; en als laatste, de
logistieke laag, die van de voorzieningen en toeleveringsnetwerken waarin
de verbinding wordt gemaakt tussen de mediapraktijk en de infrastructurele
en industriŽle 'grondstoffen' die de media-ecologie voeden.

Er kleven nog tekortkomingen aan de analyse. Zij is uitsluitend
formalistisch en - wat cruciaal is - zij suggereert een primaire
operationele functie op tactisch niveau, terwijl de mediapraktijk haar
politieke kracht uitsluitend op strategisch niveau bereikt. Maar de Landa
stelt vast dat de telecommunicatiemedia een decentralisatie mogelijk hebben
gemaakt van controlerende structuren. waardoor ook de militaire activiteit
van karakter is veranderd. Er ligt] minder nadruk op de activiteit van
grote entiteiten als legers en divisies en meer op de activiteit van
pelotons. De effectiviteit van strategische media blijft uitermate
twijfelachtig. Net zoals het uitermate twijfelachtig blijft of de
strategische nucleaire wapens die werden gestationeerd tijdens de Koude
Oorlog op politiek niveau ooit meer geweest zijn dan duur schroot.

Datgene dat volgens mij van het grootste belang is voor de beschouwing van
de tactische media-praktijk, zoals gepoogd is tijdens de Next 5 Minutes, is
de bewustwording van het feit dat de structurele zwakheid van een tactische
benaderingswijze en de afwezigheid van een algemeen politiek doel bij de
media-tactici, tegelijkertijd haar grootste kracht is, in de vorm van
flexibiliteit, in de compatibiliteit met andere initiatieven en in de
mogelijkheden tot het vormen van allianties die voorbij gaan aan politieke
en ideologische meningsverschillen. Dit gaat niet alleen op voor het
guerilla-achtige media-activisme, maar voor iedere activiteit in de
media-ecologie.

Ik wil hierbij het belang van hardware, zowel de gereedschappen als de
infrastructuur nog eens benadrukken. Het werk van veel media-tactici laat
zien dat het medium niet de 'message' is en dat de inhoud van de 'message'
tot ver buiten de cirkel kan reiken die strak om het 'spel' van de
technologische innovatie is getrokken. Dit betekent echter niet dat de
afhankelijkheid, binnen de media praktijk, van bepaalde technologische
apparatuur - de functies die in hoge mate bepalend zijn voor de
mogelijkheden van ons werk - buiten beschouwing kan blijven. De beperkingen
van kant-en-klare software pakketten zijn zo nu en dan verbijsterend voor
de computer-gebruikers, net zoals de compatibiliteitsproblemen waar
video-makers regelmatig mee te kampen hebben.

Tim Druckrey omschreef het belang van een kritische beschouwing van zowel
de media-praktijk als de hardware als volgt:

"Vragen over machinistische intelligentie en het verkrijgen van politieke
macht worden vragen over kunstmatig leven en gigantisch - zij het
onzichtbaar - parallellisme. Het onderwerp van de discussie verplaatst zich
naar de implementatie van software-matige oplossingen die de enorme invloed
van de machine-cultuur verhullen, in plaats van een confrontatie aan te
gaan met de technologie als het belangrijkste mechanisme in de cultuur van
de late 20e eeuw. In plaats van het stellen van radicale vragen ten aanzien
van het ethische verval en de veranderingen in communicatie, worden we
gehypnotiseerd door innovaties in het maken van beelden en in
beeldbewerking. Die zetten zoveel veronderstellingen over de
bedriegelijkheid van de vooruitgang op losse schroeven; de
veronderstellingen die onze fantasie tot nu toe in balans houden." (1995)

Deze overwegingen leidden tot de beslissing om de Next 5 Minutes te openen
met een programma over "The Matter of Media", waarin aandacht werd
geschonken aan de complexiteit van de hardware en aan de diepgaande invloed
die zij heeft op ons zijn. Eerder was er het idee om iets te presenteren
rond de kabel, rond de hitte die vrijkomt in elektronische circuits en rond
de elektronische storingen die zo fataal zijn voor veel van onze dagelijkse
activiteiten. Het programma ging daar uiteindelijk ook over, maar we
begonnen bij het 'high-end' van de technologische ontwikkeling om van
daaruit af te dalen naar het niveau van de onderliggende activiteit.

Kevin McCoy verzorgde op de openingsavond, samen met Jennifer Bozick-McCoy,
de performance "Achieving Sufficient Fluidity - Tactics in Implementing
Advanced Media Strategies" - "het Verkrijgen van Voldoende Vaardigheden  -
Tactiek voor de Implementatie van Geavanceerde Media Strategie", waarin hij
stelde:

"De nieuwe media schrijven ons voor dat we ons telkens weer nieuwe
vocabulaires en niveaus van technische expertise moeten aanleren. Voor de
kunstenaar, wiens doel het is om bepaalde boodschappen uit te dragen en om
alternatieve ervaringen te creŽeren, lijken de nieuwe media een belofte in
zich te dragen. De keerzijde van deze technologie is echter de
ongelooflijke afleiding en het gevoel van duizelingwekkende verwarring die
zij veroorzaakt."

De McCoy's werken vanuit een idee van kritische affirmatie van technologie,
dit in tegenstelling tot het Critical Art Ensemble dat de excessen van de
cybercultuur bloot legt, de technologie die het menselijk lichaam reduceert
tot de cyborg slaven, het datalichaam en het 'lichaam zonder organen1. Het
CAE deed tijdens zijn optreden in de Next 5 Minutes voorstellen voor een
tactiek waardoor deze invasies geweerd, of zelfs bestreden, kunnen worden:
'bewaking van de bewaker', datalichaam-besmetting en elektronische
burgelijke ongehoorzaamheid. Tijdens deze openings-avond, om ook enige -
minder zwaarwichtige - praktische voorbeelden te kunnen geven, presenteerde
Erik Hobijn tekeningen, prototypes en mondelinge beschrijvingen van
zogenaamde Techno-parasieten - parasieten die de technologische
ontwrichting op alle niveaus als voornaamste doel hebben.

De waarschuwing die geformuleerd werd door "The Matter of Media" was met
name bedoeld voor media-kunstenaars die, hoewel ze eerder dan anderen een
brede morele verantwoordelijkheid voor hun acties aanvaarden,
tegelijkertijd gemakkelijker zouden kunnen vallen voor een nieuw opwindend
stuk hardware. Binnen de sterke beweging die voortkomt uit het
wetenschappelijk geÔnformeerde deel van de huidige discussie over
elektronische kunst wordt de technische apparatuur (en overigens ook het
menselijk lichaam) slechts als de schil beschouwd van immateriŽle
mogelijkheden, alsof hardware 'oneigenlijk' zou zijn, iets dat we zouden
kunnen kwijtraken als we een kleine stap voorwaarts zouden maken, iets dat
we nu al kunnen vergeten. Net zoals ons verteld wordt dat we onze culturele
en psychologische bagage die we onwillekeurig met ons verlangende lichaam
meedragen in simulaties, zouden kunnen ontkennen. Druckrey waarschuwt
ervoor om deze logica niet te volgen:

"De beloftes en valkuilen binnen de cyberssfeer belemmeren het denken over
enkele van de essentiŽle culturele onderwerpen binnen de digitale media en
geven een tot nog toe vage hoop dat vraagstukken rond toegankelijkheid en
betekenis zichzelf zullen oplossen in de toekomst. Deze hoop komt voort uit
een ingewikkelde veronderstelling over technologie en creativiteit,
gekoppeld aan het wetenschappelijke inzicht dat een probleem niet zozeer
oplosbaar is, maar eerder een samenloop van omstandigheden die in
ontwikkeling blijft. Voor erg veel werk waarin gebruik gemaakt wordt van de
elektronische media, vertegenwoordigen de karakteristieken - vaak gezien
als de beperkingen - van het 'verzend-systeem', een probleem dat overwonnen
moet worden, in plaats van een vorm die onderzocht kan worden."

Desondanks zou het onderzoek naar onze gereedschappen niet moeten leiden