www.nettime.org
Nettime mailing list archives

nettime-nl: interview met erik hobijn (deel 2: punk)
Geert Lovink on Tue, 10 Feb 1998 13:14:45 +0100 (MET)


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

nettime-nl: interview met erik hobijn (deel 2: punk)


Interview met Erik Hobijn
Door Geert Lovink

Deel 2: Wat er aan voorafging (SKG, NRC, Aorta)

De Techniek van de Omkering

1977: Zondag 's ochtends om 3 uur pakten wij onze emmertjes met verf en
kwast, en in de winterschilder-traditie van Robert Jasper Grootveld,
gingen we op de fiets om het beeld te verspreiden. Ons symbool, de SKG-
ster, was een parodie op de RAF en had iets van geweld en een geheim in
zich. Meteen vroeg men zich over af: 'Wat is SKG?'. Zodoende hadden we
een ruimte in de media gecreČrd. Via de graffiti kreeg je ontmoetingen
op straat, pictogrammen die elkaar kruisden. En zo kwamen we Ivar
tegen. Dr. Rat stond overal. Naast een grote, al wat oude SKG-ster,
stond 'Rat' en in de ster zelf stond 'Jarig' (dat was van Jos Baas) en
'VenetiČ Mon Amour'. Zo hebben we elkaar leren kennen. Jos Baas was
indertijd een straatjongen die via de scene van Kees Hoekert en Robert
Jasper Grootveld was binnengekomen. Daar gold de ijzeren wet dat het
niet van belang was wat je deed, maar het verhaal, de mythe. Je deed
niet aan dokumentatie, dat werd juist afgewezen. Galeries of
presentaties was allemaal volkomen oninteressant. Het speelde zich af
op straat en de kunst was om het verhaal rond te krijgen. Je moest zo
argeloos mogelijk je daden verrichten en je zo min mogelijk hechten aan
wat je aan het doen was.

De belangrijkste techniek was het omkeren van de situatie. Dat kon in
taal of gedrag zijn, de manier waarop je je voordeed, je kleding. Als
we op bezoek gingen bij Kees Hoekert en Jasper Grootveld (uit de
Provotijd), namen we als kado de akties mee die we gedaan hadden. Je
ging zitten en zei niets. Langzaam aan vertelde iemand anders het
verhaal over jou en dat poetste je dan ietwat bij. De aversie tegen
organisatievormen komt zeker uit de hoek van Kees en Jasper. Wij
parodieČrden dat. Ik heb later Minus Delta-t leren kennen, die ook
heftige performances deden met bommen en aanvallen en jatten, net als
wij. Maar zij waren zeer ideologisch onderbouwd. Wij ging naar
DĀsseldorf en kregen training, Jos, Ivar en ik. Een van de lessen was
heel praktisch: elke kroeg die je inging, daar moest je uitgegooid
worden. En je moest weten waarom. Je moest een overtreffende trap
vinden, waardoor er weer ruimte ontstond. Een outcast worden zodat je
vrijheid hebt. De positie van de loaner gaf je de meeste ruimte om door
al die gebieden zoals het kraken, de intellectuelen en de kunst heen te
reizen. Ivar was vooral begaafd in het manipuleren van mensen. Hij
gebruikte z'n dope als een mes om op ieders strot te zetten. Wij
noemden dat medisch expressionisme. De eerste keer dat hij bij mij
kwam, had hij apart water en een schone naald meegenomen en ging
achterin de loods, een schot zetten, waarop wij zeer gefascineerd
toekeken, want dat had ik nog nooit gezien. Voor mij was dat life art.

SKG was een anonieme ruimte waarin je als privā-persoon ook anoniem in
rondwandelt. Eigenlijk was het geen groep. Jarenlang ben ik dat alleen
geweest. Ik trok niet op in groepsverband. Dat had ook gevaren, want ik
ben drie of vier keer helemaal in elkaar geslagen. In het begin werden
punks in elkaar geslagen, gewoon omdat ze er anders uitzagen. Die
eenzaamheid vond ik heel belangrijk omdat ik vond dat het het tijdperk
was het individu. Het ging om de persoonlijke omkering: Het zwarte
innerlijk (wat ik nu zie als het oorlogsverleden) kon je buiten hangen,
zoals swastika's of scherpe voorwerpen die ik aan me had hangen. Als ik
vree met m'n vriendin zat zij onder allerlei sneetjes en wondjes.
Tampons, condoms, alles wat normaal verborgen was, wat intern was, hing
ik aan de buitenkant. Privā en openbaar liepen al genoeg door elkaar
heen, ik hoefde niet in een groep te opereren.

Mijn vriendschap met Jos en Ivar ging op persoonlijke grond, samen
avonturen beleven. Wij vonden het prachtig om bij kernenergie-
manifestaties naast de macro-idioten te gaan zitten, voor het contrast.
Die mensen flipten op ons, maar waren toch wel gecharmeerd dat wij bij
hen waren. Je had de mogelijkheid om alles te doen. Je zei iets waar ze
het mee eens waren, en dan weer het tegenovergestelde, het liefste als
een tv-camera bij was. Dan sprong je ineens in beeld, zei je iets dat
niet terzake deed en tack! was je weer buiten beeld. En elke dag begon
dat weer opnieuw. Opstaan en revolutie maken. Je probeerde op bepaalde
plaatsen Neo-Nazi te zijn. Maar we hadden ook kontakt met oud-KZ
mensen, die ons opstookten bij het kattekwaad.

David Velthoen en Peter Giele kwamen uit de traditie van het kunst-
maken en documenteerden ook alles. Zij gingen dat ook met mij doen, de
dingen die ik op straat deed. Dat vond ik heel benauwend. Een indiaan
wil niet gefotografeerd worden, omdat dan zijn ziel gepakt wordt.
Hetzelfde gebeurt er als een toerist een foto van je neemt. Ze gaan een
gedeelte van je ruimte bezetten. Op het moment dat je zo vastgelegd
bent, moet je ook voldoen aan wetmatigheden van de kunstpers. Het nivo
wordt ludiek. Zo ging ik op straat liggen en liet m'n silouette
naschilderen. Ik bedoelde het bloederig. David deed dat ook, maar
schilderde het geel in. Qua beeld duidelijker en dat kwam dus ook
sneller in de pers. Maar ik vond dat inhoudelijk niet juist. Een
silouette betekent dat de politie hier is geweest en dat er een ongeluk
is gebeurd. Werk dat je in je ooghoek opvangt en dat zich in een
tussengebied zit. Het kan een realiteit zijn. Het herinnert aan iets
dat stuk kan gaan. 'Een hogere vorm van allertheid door constante
detonatie' was de uitdrukking die we daarvoor gebruikten.

Het ging mij om de pictogrammen. Je was een soort striptekenaar. Maar
dan was de straat, je hele sociale omgeving je krant. Zo is ook het
ME-poppetje ontstaan (op de Vondelbrug). 'Even geniaal zijn, even de
hand van God', zo noemden we dat. Ik probeerde me te trainen in het
opvangen van de Zeitgeist.

Het NRC was een enorm doolhof, waar we met de windbucks doorheen
liepen. Als de politie achter je aanzat, kon je altijd vluchten in de
nis. Dat was een kast, deed je de deur open, dan zaten daar planken in
en daarachter zat een nis, een ronde ruimte voor 4,5 mensen. Daar was
je onvindbaar. We gooiden drukinkt op straat, dat droogde niet, echt
een ramp. Mijn uitvalsbasis in de Vierwindenstraat zat helemaal onder
de groene drukinkt. In het NRC deed alles het nog, het licht, de
liften. In het begin had iedereen twee huizen. Ik had een benedenruimte
die ik als opslag gebruikte. Je verzamelde afval, deed het rolluik
open, haalde het naar binnen en deed het luik weer deed. Daarvan
bouwden we torens. In de VS had je begin jaren tachtig dit soort
ruighuid niet. De vrijruimte daar, die 10% van de maatschappij, bestaat
uit criminaliteit. Maar wij hadden het NRC en de stad als terrein.

Ken de Sociale Maskers

Als het link werd kon je altijd een masker opzetten. Zoals dat bij Art
Spiegelman dat in Maus II voorkomt. Als het zo uitkwam deed je een
politiek masker op, dan was je tegen de PvdA. De politie herkende dat
en dan was je niet meer gevaarlijk, dan was je gelokaliseerd, zo werkt
dat in Holland. Het is net als een spons. Maar ga je door de bodem, dan
worden ze echt agressief. Als ze je arresteerden, was je kunstenaar en
kwam je met fl. 15,- boete vrij. Jos is een keer weggelopen met een Van
Gogh onder z'n arm. De suppoost kwam naar hem toe en vroeg: 'Wat gaat U
doen?' Toen zei Jos: 'Dat ga ik boven m'n bed hangen.' 'Maar meneer,
dat kan toch niet' en pakt dat schilderij af. Zo'n oude man, die Jos
vaderlijk heeft toegesproken, loopt terug en realiseert zich pas op dat
moment het om miljoenen gaat. Maar ze moesten Jos uiteindelijk
vrijspreken omdat zo'n motief niet kon lokaliseren. Ik heb een keer op
een opening een schilderij van Rob Scholte gejat. Ik heb hem dat
gezegd. 'Hmm, wat! hoe?' Als er niets van je gestolen wordt, ben je
toch een kunstenaar van niks! Stel je voor, je hangt naast Van Gogh.
Wie wordt er dan gestolen? Who's the best? Daartegen had hij geen
verweer. Als je in Nederland de sociale maskers kent, dan heb je alle
ruimte.
In de ruimte die later Aorta werd, hielden wij Saturday Night Fevers. 
Ratten eten, oreren, krantje 'Beneden Amsterdams Peil', auto banden in
de fik steken, van het dak springen. Moeilijk om theater en echt uit
elkaar te houden, het pistool... Hoffotografe Karen Russell...
Mijn vader zei altijd 'Je moet niet geregistreerd staan.' Hij weigerde
ook begin '70 om mee te doen aan de volkstelling.

Je zat in ruim sop. Doordat de pers erover begon te schrijven en te
gissen, kon jij het ritme bepalen. De onderwerpen die we ter hand
namen, werden zeer nihilistisch samengesteld, dat hing van onze mood
af, wie je ontmoette, waar wat plaatsvond. Het ging om het zoeken naar
het lumineuze idee. Een hap vitamine C en dan gingen we zitten wachten
op de inval. Jos, Ivar en ik waren alledrie zonen van de
oorlogsgeneratie. We waren aan het trainen voor surviving. We hadden
alle drie de tik dat zodra een situatie relaxed was, hij niet voldeed
aan de wetten die wij hadden gesteld. Er heerste altijd een spanning,
in een zure omgeving. Je moest vechten om te overleven, het was altijd
oorlog. Als we een performance gingen doen, dat zeiden we: 'even
oorlogje voeren, de revolutie laten uitbreken, op de barrikade.'
Absoluut niet politiek. De kraakbeweging was voor een grote speeltuin.
Vergaderingen waren een zalig object om in rond te banjeren, wat je ook
maar twee of drie keer deed, want daarna werd het saai. Je kon een
rookbom afsteken (zoals in Museum Fodor, samen met David Velthoen) of
een grafzerk bouwen voor de jaren zeventig. De jaren tachtig zou ons
terrein worden, als voorbereiding voor D-day, dat gevoel heerste sterk.

Aan het eind van deze periode ging ik dope gebruiken (wat niet werkte),
ik werd psychotisch, nam slaappillen en verdween toen van de ene op de
andere dag van uit die scene. Met het mes van mijn opa had ik een SKG-
ster in mijn buik gekerft. Ik moest het met hand doen, en in dat
gevecht met de hand bleek dat de wil om te leven veel sterker was. Dat
ben ik gaan cultiveren en daaruit de zelfmoordmachine ontstaan. De
desillusie van de zelfvernietiging en het herwinnen van de wil tot
leven. Hieruit heb ik een positieve houding ontwikkeld tegenover het
geweld aandoen aan het lichaam, in een bepaalde periode. De
grenzeloosheid die je denkt dat er is als je jong bent.
--
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet toegestaan zonder
* toestemming. <nettime-nl> is een gesloten en gemodereerde mailinglist
* over net-kritiek. Meer info: list {AT} dds.nl met 'info nettime-nl' in de
* tekst v/d email. Archief: http://www.factory.org/nettime-nl. Contact:
* nettime-nl-owner {AT} dds.nl. Int. editie: http://www.desk.nl/~nettime.