www.nettime.org
Nettime mailing list archives

nettime-nl: column PI Multimedia: zelfregularing op Internet werkt niet
Felipe Rodriquez on Sat, 18 Jul 1998 02:41:20 +0200 (MET DST)


[Date Prev] [Date Next] [Thread Prev] [Thread Next] [Date Index] [Thread Index]

nettime-nl: column PI Multimedia: zelfregularing op Internet werkt niet


zie http://www.planet.nl/computer/multim/17-7-98/mm17-7-98a.html

Zelfregulering op Internet werkt niet

Het meldpunt kinderpornografie op Internet bestaat twee jaar, een droevige
verjaardag (*). Niet dat het meldpunt geen success is, integendeel. Het
eerste zelfregulerende initiatief op Internet ontving veel lof uit binnen-
en buitenland, en diende als voorbeeld voor soortgelijke meldpunten in
andere Europese landen. Meldpunten zijn ook een belangrijk onderdeel van
een Europees aktieplan ter bestrijding van illegale informatie op Internet.

De verjaardag was droevig omdat het Nederlands meldpunt kampt met een
ernstig probleem, verspreiders van kinderporno op Internet worden in
Nederland vrijwel niet vervolgd door politie en Justitie. 

De Minister van Justitie opende het meldpunt op 20 juni 1996 met een
toespraak die eindigde met de woorden "Maar met enige goede wil van
weerszijden (red: overheid en internetgemeenschap) moet het lukken." 
Aan goede wil ontbreekt het niet bij het meldpunt. Dagelijks komen er
meldingen binnen over verspreiding van kinderpornografie die door de
vrijwilligers van het meldpunt worden beoordeeld en behandeld. Na zo'n
melding volgt een procedure die tot doel heeft de illegale informatie zo
snel mogelijk van Internet te verwijderen. Als dat niet lukt wordt de
politie ingeschakeld. En dan gaat het meestal mis, want vervolgens gebeurt
er niets. 

In het jaarverslag 1996/1997 van het meldpunt werd onder andere
geconcludeerd dat; "De samenwerking met de politie en de CRI is erg goed,
deze zijn over het algemeen enthousiast over het meldpunt, en bereid tot
samenwerking. De resultaten van die samenwerking zijn echter minimaal.
Slechts op een deel van de meldingen die bij de politie zijn aangegeven
wordt aktie ondernomen. Dit is te verklaren door het gebrek aan prioriteit
en middelen voor kinderporno op Internet. " 

Dit jaarverslag is toen door het meldpunt naar het Ministerie van Justitie
en enkele fraktiespecialisten uit de Tweede Kamer gestuurd. Er werden
kritische vragen gesteld aan de Minister van Justitie die op 11 november
1997 ondermeer antwoorde; "Wil de verspreiding van kinderporno effectiever
bestreden worden en de mogelijkheden om de bron (seksueel misbruik en soms
ook mensenhandel) langs deze weg te achterhalen duidelijk worden, dan zal
ook op dit medium actief opgespoord moeten worden." 

Mooie woorden waren dat, van de Minister, maar in de praktijk blijkt dat de
overheid nog steeds niet optreedt tegen verspreiders van kinderpornografie
op Internet. 2 juli jongstleden verstuurde het meldpunt daarom een
brandbrief waarin wordt geconstateerd dat de overheid nog altijd in gebreke
blijft bij de vervolging van zaken die door het meldpunt aan de politie
zijn doorgegeven.  

Jaap Hoek van de zedenpolitie Amsterdam is een van de weinige kinderporno
experts in Nederland. Hij opperde in een recent artikel in NRC ook het idee
om een een landelijk politieteam voor de opsporing van kinderporno op
Internet op te richten; "Met een aantal rechercheurs die permanent in de
chatrooms surveilleren. Want in de afzonderlijke politieregio's heeft het
nu geen prioriteit.'' Een toonbeeld van inzicht en begrip van de materie,
want hij slaat de spijker op zijn kop. De politie heeft geen de mensen en
geen middelen, om kinderporno op Internet aan te pakken. Daarnaast maakt de
chaotische regionale structuur van de politiekorpsen een nationale aanpak
van het probleem schier onmogelijk.

Jaap Hoek wordt in hetzelfde artikel echter neergesabeld door officier van
justitie J. Mooijen, die zijn voorstel naďef noemt, omdat het hetzelfde zou
zijn als zeggen: "er rijden zoveel boeven over de snelweg, dus zet maar wat
rechercheurs bij de benzinestations." Mevrouw J. Mooijen vergeet blijkbaar
de drank- en snelheidscontroles op de snelweg, en raakt vervolgens de weg
kwijt in het bureacratische doolhof van wetgeving, werkgroepen en
politieorganisaties.Ondertussen gebeurt er niets, en is er nog steeds
ruimschoots kinderporno op Internet, zonder dat de politie daartegen
optreedt. 

Natuurlijk is het niet altijd gemakkelijk om strafbare feiten op Internet
te voorkomen, dat wordt bemoeilijkt door het internationale karakter van
het netwerk. Zaken die in Nederland verboden zijn, zoals het publiceren van
racistische informatie, is in andere landen niet verboden. Dus vind je dat
soort texten op Internet. Er zijn weinig onderwerpen waarover in meer of
mindere mate een internationale consensus bestaat, maar over kinderporno is
iedereen het met elkaar eens. Het publiceren van kinderporno is in vrijwel
alle landen op de wereld verboden. In theorie is het dus mogelijk om
verspreiders van kinderporno wereldwijd op te sporen en te vervolgen. Als
het voorkomen van kinderporno niet eens lukt, heeft het mijns insziens geen
enkele zin om de blik te verbreden en te pogen andere strafbare zaken op
Internet te voorkomen. 

De huidige methoden die gebruikt worden om internationaal op te sporen en
te vervolgen zijn te traag, en zijn daardoor weinig effectief.  Het duurt
meestal maanden voordat er gereageerd wordt op een rechtshulpverzoek
gericht aan het buitenland, en soms wordt er helemaal niet gereageerd. Na
zo'n lange tijd is veel bewijsmateriaal al van Internet verdwenen, en is
het onmogelijk om de identiteit van de dader te achterhalen en hem op te
sporen. Dus moet er een nieuwe manier bedacht worden om efficient
internationaal te kunnen opsporen, gebruik makend van lokale diensten en
expertise. 

Bij de Europese commissie heb ik er destijds voor gepleit om een
internationale politieconferentie te organiseren, dat tot doel heeft om een
internationaal E-mail netwerk te creeeren van politiemensen die kinderporno
op Internet opsporen.In ieder land dat op Internet is aangesloten zou een
team van enkele rechercheurs ingezet moeten worden die kinderporno op
Internet opsporen. En als de kinderporno vanuit een ander land wordt
gepubliceerd, dan zou een rechercheur een E-mail moeten kunnen sturen aan
het kinderpornoteam in dat land, en de zaak op die manier overdragen, zodat
de lokale politie snel en effectief kan opsporen en vervolgen. Een
dergelijke aanpak kan naast de huidige formele procedure van
rechtshulpverzoeken bestaan.

Door een van de EU bureacraten werd ik er toen, nogal korzelig, op gewezen
dat een dergelijke aanpak moeilijk is, dat bureacratieeen langzaam werken,
en dat het veel tijd zou kosten om het probleem op te lossen. Als niemand
prioriteit geeft aan het onderwerp,   en in de waan blijft dat het allemaal
zo moeilijk en onmogelijk is, dan gebeurt er natuurlijk helemaal niets. De
Eurocraten wijzen naar de markt, willen zelfregulering en publiceren dikke 
rapporten over illegale informatie op Internet. Maar aan de basis, de
scholing en samenwerking van politiediensten, wordt weinig gedaan. De goede
wil ontbreekt, of men heeft gewoon geen visie. 

Het lijkt alsof overheden denken dat zelfregulering door providers de
oplossing is die alle problemen op Internet zal verhelpen. Het is een van
de speerpunten in het EU aktieplan inzake Internet en illegale informatie.
Men vertelt de providers dat ze zichzelf moeten reguleren, omdat anders de
overheid dat voor hen zal doen. Maar keer op keer blijkt dat overheden geen
idee hebben wat ze met Internet aanmoeten, en hoe strafbare feiten op
Internet kunnen worden voorkomen. De druk op de providers om zichzelf te
reguleren is mijns insziens dan ook een capitulatie van overheden, men
geeft aan geen grip te hebben op Internet, en dwingt daarom de markt om een
systeem van regulering op te zetten.

Zelfregulering door de markt is niet zonder risico's, integendeel. Vormen
van zelfregulering kunnen effectief zijn in verschillende sectoren van de
economie, waarbij de industrie zichzelf reguleert. Maar bij zelfregulering
door providers is geen sprake van regulering van de industrie door de
industrie, maar van regulering van de consument door de industrie. Met
zelfregulering op Internet wordt als het ware een geprivatiseerd stelsel
van regelgeving en handhaving opgezet, omdat de overheid niet in staat is
om zelf strafbare uitingen te voorkomen en daders op te sporen. Het risico
bestaat dat door zelfregulering traditionele taken van politie en justitie
worden uitbesteed aan de markt.

De markt heeft andere belangen dan de overheid. Het belangrijkste doel van
de markt is doorgaans om maximale winst te maken, terwijl de overheid
voornamelijk een maatschappelijk doel nastreeft, zoals handhaving van orde
en stabiliteit. Het winstoogmerk van de markt heeft tot gevolg dat risico
dient te worden gemeden. In een zelfregulerende omgeving op Internet kan
een individu dat dubieuze, maar niet noodzakelijk illegale, informatie op
Internet publiceert als risico worden aangemerkt, en zijn pagina zou door
zelfregulering kunnen worden verwijderd, zonder dat een rechter daar direkt
invloed op uitoefent. 

Zelfregulering kan leiden tot ernstige vormen van censuur door de markt,
zoals Duitse zelfregulering er destijds de oorzaak van was dat Duitse
providers de internettoegang tot XS4ALL geheel blokkeerden. Het onderwerp
zelfregulering moet mijns insziens met grote terughoudendheid worden
benaderd. Gelukkig zijn de Nederlandse providers erg voorzichtig, maar in
andere landen, zoals Engeland en Duitsland is dat anders, en is men
enthousiast aan de slag gegaan. 

Het is ook maar de vraag of zelfregulering enig heil zal bieden. Zowel in
Nederland als Engeland zijn meldpunten opgericht, maar dat heeft niet
geleid tot een afname van het aanbod van kinderpornografie op Internet.
Zelfregulerende meldpunten hebben ook geen opsporingsbevoegdheid, en kunnen
dus niet aktief in IRC kanalen zoeken naar verspreiders van kinderporno.
Dat is en blijft een taak voor de politie, en die verantwoordelijkheid
wordt chronisch verzaakt. Het lijkt soms alsof zelfregulerende initiatieven
een vertraging veroorzaken bij de ontwikkeling van politie en justitie, men
kan immers verwijzen naar de markt die zichzelf reguleert, als excuus voor
de eigen laksheid en onwetendheid. 

Een meldpunt tegen kinderporno op Internet zonder vangnet van politie en
Justitie is een nutteloze onderneming. Wat heeft een zelfregulerend
initiatief op Internet voor zin als de overheid zelf keer op keer in
gebreke blijft ? Het zou mij dan ook niet verbazen als de vrijwilligers van
het meldpunt op enig moment zouden besluiten om ermee te stoppen en het
meldpunt op te heffen. Om op die manier te protesteren tegen de lakse
houding van de overheid inzake bestrijding van kinderporno op Internet. 

    felipe {AT} xs4all.nl

(*) Het meldpunt is destijds door mij bedacht, en samen met een groep
enthousiaste Internetters uitgewerkt en opgezet. Inmiddels ben ik niet meer
aktief bij het meldpunt betrokken, omdat ik gedurende langere tijd in het
buitenland verblijf. Dit is dan ook geen column namens het meldpunt, maar
mijn eigen persoonlijke mening. 


---
Felipe Rodriquez        felipe {AT} xs4all.nl 


--
* Verspreid via nettime-nl. Commercieel gebruik niet toegestaan zonder
* toestemming. <nettime-nl> is een gesloten en gemodereerde mailinglist
* over net-kritiek. Meer info: list {AT} dds.nl met 'info nettime-nl' in de
* tekst v/d email. Archief: http://www.factory.org/nettime-nl. Contact:
* nettime-nl-owner {AT} dds.nl. Int. editie: http://www.desk.nl/~nettime.